De ramen van de Sint‑JacobusThe windows of St James

Een audiotour langs de heiligen in de glas-in-loodramen van de Sint-Jacobus de Meerdere in Den Haag — met bij elk raam een eigen meditatie.An audio tour along the saints in the stained-glass windows of St James the Greater in The Hague — each window with its own meditation.

Deze kerk staat vol verhalen. Hoog in de ramen staan ze afgebeeld: apostelen en martelaressen, een keizer, een non uit Schiedam, een pater uit Bolsward. De glazeniers gaven ieder van hen iets mee — een palmtak, een toren, een weegschaal, een krant. Wie goed kijkt, ziet dat elk detail iets vertelt.This church is full of stories. High in the windows they stand: apostles and martyrs, an emperor, a nun from Schiedam, a friar from Bolsward. The glaziers gave each of them something to hold — a palm branch, a tower, a pair of scales, a newspaper. Look closely, and every detail tells you something.

Loop rustig van raam naar raam, tegen de klok in. Kijk eerst zelf: wat valt u op? Lees of beluister dan de meditatie van pater Dries van den Akker s.j. bij dat raam.Walk quietly from window to window, counter-clockwise. First look for yourself: what strikes you? Then read — or listen to — Father Dries van den Akker’s meditation on that window.

‘En ik?’ — die vraag klinkt in deze meditaties telkens door. Want de mensen in het glas stellen ook óns een vraag.‘And I?’ — that question echoes through these meditations. For the people in the glass ask something of us, too.

IntroductieIntroduction

De Sint-Jacobus de Meerdere

Kijk eerst maar eens rustig om u heen. Helemaal aan het einde ziet u het altaar. Sinds de wijding van deze kerk in 1878 — bijna honderdvijftig jaar geleden — wordt hier vrijwel dagelijks de heilige Mis gevierd: het hoogtepunt van het katholieke leven. Langs de wanden hangen de geschilderde staties van de kruisweg. U ziet beelden, schilderingen, gewelven — en vooraan brandt de godslamp: teken dat Christus hier aanwezig is.

De heiligen in de ramen

Een kerk als deze draagt vele verhalen. De ramen zijn maar een klein deel van wat er hier te zien is. En het gaat niet om de ramen alleen: zij verwijzen naar de heiligen die erin staan, en de heiligen verwijzen op hun beurt naar Christus, naar God. Mediteren op de levens van de heiligen is een oude traditie binnen de katholieke Kerk. Heiligen zijn inspiratiebronnen — in moed, in geloof, in liefde. Sommigen leefden bijna tweeduizend jaar geleden, en toch lijken ze verrassend veel op ons.

Wat vindt u hier?

Dit is een audiotour die u langs de glas-in-loodramen leidt. U loopt rechtsom door de kerk. Zo maakt u kennis met de ruim vijftig heiligen die in de ramen van de Sint-Jacobus zijn vereeuwigd. Bij elk raam hoort een meditatie, geschreven en ingesproken door pater Dries van den Akker s.j. (1945–2022).

Hoe doet u zo’n meditatie?

Elke gesproken meditatie duurt zo’n drie minuten. Blijf daarna nog even staan en laat de vraag op u inwerken. Doe uw oortjes of een koptelefoon in, zodat u andere bezoekers niet stoort en de stilte bewaard blijft — of lees de meditaties gewoon. Loop alle ramen één voor één langs, of kies de ramen die u wilt — dat kan via de kaart bovenin.

Neem uw tijd. Veel vreugde onderweg.

The church of St James the Greater

First, take a quiet look around. At the far end you see the altar. Since the consecration of this church in 1878 — almost a hundred and fifty years ago — Holy Mass has been celebrated here almost daily: the summit of Catholic life. Along the walls hang the painted Stations of the Cross. You see statues, murals, vaults — and near the front burns the sanctuary lamp: a sign that Christ is present here.

The saints in the windows

A church like this carries many stories. The windows are only a small part of what there is to see here. And it is not about the windows alone: they point to the saints who stand within them, and the saints, in their turn, point to Christ, to God. Meditating on the lives of the saints is an old tradition within the Catholic Church. Saints are sources of inspiration — in courage, in faith, in love. Some lived almost two thousand years ago, and yet they resemble us surprisingly closely.

What will you find here?

This is an audio tour that leads you along the stained-glass windows. You walk clockwise through the church. Along the way you meet the more than fifty saints immortalised in the windows of St James’s. Each window comes with a meditation, written and recorded by Father Dries van den Akker SJ (1945–2022). Please note: the audio is in Dutch.

How to do such a meditation?

Each spoken meditation lasts about three minutes. Afterwards, stay a moment longer and let the question sink in. Put in your earphones or headphones, so as not to disturb other visitors and to preserve the silence — or simply read the meditations. Walk past all the windows one by one, or choose the windows you like — you can do so via the map above.

Take your time. And much joy along the way.

Halte 1 · zuidbeukStop 1 · south aisle

Titus BrandsmaTitus Brandsma

Hij kwam uit de omgeving van de Friese stad Bolsward. Eigenlijk heette hij Anno. Toen hij op zeventienjarige leeftijd intrad bij de karmelieten, kreeg hij de kloosternaam Titus, naar één van de leerlingen van Paulus. Hij is afgebeeld in karmelietenkledij. Na zijn opleiding werd hij docent filosofie aan de karmelietenopleiding in Oss. In 1923 volgde zijn benoeming tot hoogleraar in de wijsbegeerte en mystiek aan de pas opgerichte Katholieke Universiteit van Nijmegen. Hij werkte o.a. mee aan de vertaling van de complete werken van de heilige Teresa van Avila.

Van het begin af aan waarschuwde hij tegen de verderfelijke mentaliteit van het nazisme. Zo was hij halverwege de jaren dertig van de 20e eeuw lid van het Comité van Waakzaamheid tegen het Nationaal-Socialisme, opgericht door wetenschappers en kunstenaars. Hij protesteerde tegen het verwijderen van joodse kinderen uit katholieke scholen. In 1941 schreef kardinaal de Jong een brief aan de katholieke kranten en tijdschriften, waarin hij verbood dat ze advertenties zouden opnemen van de N.S.B., de Nederlandse organisatie die sympathiseerde met de Nazi’s. Iedereen wist dat Titus Brandsma die brief voor de kardinaal geschreven had. Zie de krant die hij op de afbeelding in zijn hand houdt!

In de ogen van de Nazi’s was Pater Titus een gevaarlijke tegenstander. Ze arresteerden hem in januari 1942. Via de strafgevangenis in Scheveningen en kamp Amersfoort kwam hij uiteindelijk in het gevreesde concentratiekamp Dachau terecht. Voor zijn medegevangenen was hij een indrukwekkend voorbeeld van geduld, geloof en gebed. Daarop duidt de rozenkrans op de afbeelding.

Reeds na een paar maanden werd hij ziek en moest opgenomen worden in de ziekenafdeling. Kort daarna werd hem door de naziarts een dodelijke injectie toegediend.

Hij staat hier in de kerk afgebeeld naast Edith Stein († 1942; 09 augustus), een ander slachtoffer van het naziregime. Twee geloofsgetuigen in een tijd van vervolging, terreur en angst.

En ik? Hoe sterk is mijn geloof? Durf ik er liefdevol van getuigen?

Iets om te vragen in mijn gebed?

[ca 1990, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.04]

He came from the countryside around the Frisian town of Bolsward. His name was actually Anno. When he entered the Carmelite order at the age of seventeen, he received the religious name Titus, after one of Paul's disciples. He is depicted in Carmelite habit. After his training he became a lecturer in philosophy at the Carmelite seminary in Oss. In 1923 he was appointed professor of philosophy and mysticism at the newly founded Catholic University of Nijmegen. Among other things, he helped translate the complete works of Saint Teresa of Avila.

From the very beginning he warned against the pernicious mentality of Nazism. In the mid-1930s he was a member of the Committee of Vigilance against National Socialism, founded by scientists and artists. He protested against the removal of Jewish children from Catholic schools. In 1941 Cardinal de Jong wrote a letter to the Catholic newspapers and magazines forbidding them to carry advertisements for the N.S.B., the Dutch organisation that sympathised with the Nazis. Everyone knew that Titus Brandsma had written that letter for the cardinal. Look at the newspaper he is holding in his hand in the image!

In the eyes of the Nazis, Father Titus was a dangerous opponent. They arrested him in January 1942. Via the prison in Scheveningen and the camp at Amersfoort he eventually ended up in the dreaded concentration camp of Dachau. For his fellow prisoners he was an impressive example of patience, faith and prayer. That is what the rosary in the image refers to.

After only a few months he fell ill and had to be admitted to the sick ward. Shortly afterwards the Nazi doctor gave him a lethal injection.

Here in the church he is depicted next to Edith Stein († 1942; 9 August), another victim of the Nazi regime. Two witnesses to the faith in a time of persecution, terror and fear.

And I? How strong is my faith? Do I dare to bear loving witness to it?

Something to ask for in my prayer?

[c. 1990, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.04]

Halte 1 · zuidbeukStop 1 · south aisle

Edith SteinEdith Stein

Edith Stein was van joodse afkomst. Daarop duidt de Schriftrol die zij op de afbeelding in haar armen heeft. In haar studentenjaren noemde zij zich atheïst. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in 1917, sneuvelde een bevriende filosoof. Zij werd gevraagd zijn nalatenschap te ordenen. Zij vreesde de ontmoeting met de jonge weduwe: wat zou zij aan moeten met zo’n huilerige vrouw? Maar de weduwe was helemaal niet huilerig. Integendeel, als gelovig christen vond zij haar kracht in het kruis van Christus. Sindsdien verdiepte Edith zich steeds meer in de persoon en de leer van Christus. Uiteindelijk liet zij zich dopen. Dat stuitte op onbegrip bij haar moeder die praktiserend Jodin was. Nadat zij samen een preek van de rabbijn hadden bijgewoond, had moeder gevraagd: ‘Dat was toch mooi?’ ‘Zo lang je niet beter weet…,’ was Ediths antwoord geweest.

Ze trad in bij de Karmelietessen van Keulen. Als kloosternaam koos ze Teresia Benedicta a Cruce (‘Theresia, gezegend door het Kruis’, door de kunstenaar fijngevoelig in beeld gebracht!). Ze was ontzettend onhandig in de huishouding, tot vermaak van haar medezusters. Er viel altijd wel iets kapot. Ze brak zelfs haar been bij het vegen van de gang. Ze kreeg toestemming boeken te schrijven.

Tegen het eind van de jaren dertig werd de vijandigheid van de nazi’s tegen de Joden steeds dreigender. Hoewel van godsdienst veranderd verklaarde Edith zich solidair met haar volk. Ze werd overgeplaatst naar de Karmel te Echt, net over de grens in Nederland. In 1940 volgde de Duitse bezetting. De Nederlandse bisschoppen namen openlijk stelling tegen de Jodendeportaties. Toen begonnen de nazi’s ook de katholiek geworden Joden op te pakken. Eén van hen was Zuster Teresia. Te midden van de paniek en de chaos in het doorgangskamp van Amersfoort was zij één van de weinigen die haar kalmte bewaarde. Zij hielp verloren lopende kindertjes en hield de boel op orde. Ineens kon ze wel waar ze met haar onbeholpenheid in het klooster zo veel meewarigheid had opgeroepen.

Een week later werd ze op transport gezet. Ze stierf in de gaskamers van Auschwitz.

Zij staat hier in de kerk afgebeeld naast Titus Brandsma († 1942; 27 juli), een ander slachtoffer van het naziregime. Twee geloofsgetuigen in een tijd van vervolging, terreur en angst.

Kijkend naar haar afbeelding vraag ik mij af hoeveel tegenstand ik ontmoet in mijn geloof.; hoe mijn houding is daartegenover en waar ik mijn standvastigheid vandaan haal.

Let op de grond waarop zij staat. Er is prikkeldraad te zien. Waarom heeft de kunstenaar voor dat groen gekozen, denk je?

[ca 1990, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.07]

Edith Stein was of Jewish descent. That is what the Scripture scroll she carries in her arms in the image refers to. In her student years she called herself an atheist. During the First World War, in 1917, a philosopher friend of hers was killed in action. She was asked to put his papers in order. She dreaded meeting the young widow: what would she do with such a tearful woman? But the widow was not tearful at all. On the contrary, as a believing Christian she found her strength in the cross of Christ. From then on, Edith immersed herself more and more in the person and teaching of Christ. In the end she was baptised. This met with incomprehension from her mother, who was a practising Jew. After they had attended a sermon by the rabbi together, her mother had asked: 'That was beautiful, wasn't it?' 'As long as you don't know any better...' had been Edith's reply.

She entered the Carmelite convent in Cologne. As her religious name she chose Teresia Benedicta a Cruce ('Teresa, blessed by the Cross' — sensitively depicted by the artist!). She was terribly clumsy at housework, to the amusement of her fellow sisters. Something was always getting broken. She even broke her leg while sweeping the corridor. She was given permission to write books.

Towards the end of the 1930s, the hostility of the Nazis towards the Jews grew ever more threatening. Although she had changed religion, Edith declared her solidarity with her people. She was transferred to the Carmel at Echt, just across the border in the Netherlands. In 1940 came the German occupation. The Dutch bishops took a public stand against the deportations of the Jews. Then the Nazis began to arrest the Jews who had become Catholics as well. One of them was Sister Teresia. Amid the panic and chaos of the transit camp at Amersfoort, she was one of the few who kept her composure. She helped little children who had lost their way and kept things in order. Suddenly she was capable of what, in the convent, her awkwardness had made others regard with such pity.

A week later she was put on a transport. She died in the gas chambers of Auschwitz.

Here in the church she is depicted next to Titus Brandsma († 1942; 27 July), another victim of the Nazi regime. Two witnesses to the faith in a time of persecution, terror and fear.

Looking at her image, I ask myself how much resistance I meet in my faith; what my attitude towards it is, and where I draw my steadfastness from.

Notice the ground on which she stands. Barbed wire can be seen there. Why do you think the artist chose that green?

[c. 1990, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.07]

Halte 2 · zuidbeukStop 2 · south aisle

Adelheid van BourgondiëAdelaide of Burgundy

Reeds op zeventienjarige leeftijd werd Adelheid uitgehuwelijkt aan koning Lotharius II van Italië. Deze stierf alweer twee jaar later, naar men zegt door toedoen van diens opvolger Berengarius II. Die zou hem vergiftigd hebben. Dat was in 950. Berengarius wilde Adelheid namelijk aan zijn zoon cadeau doen. Maar Adelheid weigerde en werd prompt gevangen gezet in een kasteel te Como in Noord-Italië. Zij wist te ontsnappen en vluchtte in een bootje het meer over. Ze kreeg onderdak bij een plaatselijke edelman. Toen Berengarius daar lucht van kreeg, begon hij het slot van de edelman te belegeren. Adelheid liet een noodkreet uitgaan. Waarop keizer Otto I van Duitsland heel Noord-Italië bezette en Adelheid bevrijdde. Adelheid huwde met Otto.

Het echtpaar werd in 962 door Paus Johannes XII († 964) tot keizer en keizerin van het Heilige Rooms-Germaanse Keizerrijk (Duitsland en Italië) gekroond. In 973 stierf de keizer en was Adelheid voor de tweede keer weduwe. Ze werd door haar zoon Otto II en diens vrouw Theophano zo onheus behandeld dat zij moest uitwijken naar Bourgondië. Daar stichtte zij meerdere kloosters. Tegen het einde van haar leven trok zij zich terug in het door haarzelf gestichte klooster Selz in de Elzas. Daar is ze ook gestorven. Op de afbeelding heeft ze een kerkmodel van dat klooster in de hand.

Waar wij soms verheven gedachten hebben bij koningen en koninginnen, was de realiteit vaak heel anders. Zo blijkt uit het leven van Adelheid.

Als zij toch als koningin de geschiedenis is ingegaan, dan vooral als koningin van de naastenliefde.

Is er in mijn leven iemand die ik de titel ‘Koningin (of Koning) van de Naastenliefde’ zou durven meegeven?

En ikzelf…?

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.08.21]

At the age of only seventeen, Adelaide was married off to King Lothair II of Italy. He died just two years later — it is said at the hands of his successor Berengar II, who is supposed to have poisoned him. That was in 950. Berengar wanted to give Adelaide to his son as a gift. But Adelaide refused, and was promptly imprisoned in a castle at Como in northern Italy. She managed to escape and fled across the lake in a little boat. She found shelter with a local nobleman. When Berengar got wind of it, he laid siege to the nobleman's castle. Adelaide sent out a cry for help. Whereupon Emperor Otto I of Germany occupied the whole of northern Italy and freed Adelaide. Adelaide married Otto.

In 962 the couple were crowned emperor and empress of the Holy Roman Empire (Germany and Italy) by Pope John XII († 964). In 973 the emperor died and Adelaide was widowed for the second time. She was treated so shabbily by her son Otto II and his wife Theophano that she had to withdraw to Burgundy. There she founded several monasteries. Towards the end of her life she retired to the convent of Selz in Alsace, which she herself had founded. There she also died. In the image she holds a model of that convent's church in her hand.

Where we sometimes have lofty notions about kings and queens, the reality was often very different. So the life of Adelaide shows.

If she has nevertheless gone down in history as a queen, it is above all as a queen of charity.

Is there someone in my life to whom I would dare to give the title 'Queen (or King) of Charity'?

And I myself...?

[c. 1900, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.08.21]

Halte 2 · zuidbeukStop 2 · south aisle

Johanna van FrankrijkJoan of France

Zij was een prinses. Want zij was een dochter van koning Lodewijk xi van Frankrijk († 1483). Maar zij was mismaakt en lelijk. Ze werd opgedrongen aan haar neef, hertog Lodewijk van Orléans. Deze trouwde dus met haar. Maar voor het overige leefden de twee gescheiden. Want met zo’n lelijk mens wilde de hertog niet gezien worden. Al helemaal niet, toen hij de koning moest opvolgen onder de naam Lodewijk XII.

Zo werd Jeanne eenvoudig verstoten.

Zij trok zich terug op een kasteel in de Franse stad Bourges. Ze wilde niet vervallen in een leven van verbittering en teleurstelling. Op de afbeelding in het raam zien we hoe ze haar oog gericht houdt op het kruis van Jezus. Ook Hij liet zich niet leiden door wrok, maar bad op het kruis om vergeving voor zijn beulen.

Ze begon het leven te leiden van een kloosterzuster, weergegeven door het zusterhabijt en de rozenkrans in haar hand. Zij vroeg in haar gebed een mens te worden van de liefde, en ging er herhaaldelijk op uit om voedsel en kleding te brengen bij de armen in de buurt. Andere adellijke dames sloten zich bij haar aan. Uiteindelijk werden ze zelfs een officiële kloosterorde; de zusters noemden zich naar Maria Boodschap (‘Annunciatie’): de Annonciaden. Vanaf dat moment noemde prinses Jeanne zich zuster Gabrièle-Marie. Haar naam herinnert aan de aarstengel Gabriël, die aan Maria de Blijde Boodschap kwam brengen dat zij de moeder van Jezus zou worden.

Kijkend naar haar afbeelding ga ik na hoe ik omga met teleurstelling en pijn die mij wordt aangedaan. En of ook ik kan bidden dat God mij maakt tot een boodschapper van de liefde.

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.08.21]

She was a princess. For she was a daughter of King Louis XI of France († 1483). But she was deformed and plain. She was forced upon her cousin, Duke Louis of Orléans. He duly married her. But apart from that, the two lived separate lives. For the duke did not want to be seen with so unattractive a person. Least of all when he had to succeed to the throne under the name Louis XII.

And so Jeanne was simply cast aside.

She withdrew to a castle in the French city of Bourges. She did not want to sink into a life of bitterness and disappointment. In the image in the window we see how she keeps her eye fixed on the cross of Jesus. He too did not let himself be governed by resentment, but on the cross prayed for forgiveness for his executioners.

She began to live the life of a religious sister, represented by the sister's habit and the rosary in her hand. In her prayer she asked to become a person of love, and went out again and again to bring food and clothing to the poor of the neighbourhood. Other noble ladies joined her. In the end they even became an official religious order; the sisters named themselves after the Annunciation: the Annonciades. From that moment on, Princess Jeanne called herself Sister Gabrièle-Marie. Her name recalls the archangel Gabriel, who came to bring Mary the glad tidings that she would become the mother of Jesus.

Looking at her image, I consider how I deal with disappointment and with the pain that is done to me. And whether I too can pray that God will make me a messenger of love.

[c. 1900, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.08.21]

Halte 3 · zuidbeukStop 3 · south aisle

Maria, Koningin van de VredeMary, Queen of Peace

Dit feest is verbonden met een van de aanroepingen uit de Litanie van Maria: ‘Koningin van de Vrede, bid voor ons.’

Het gaat terug op een belofte die Maria op 26 mei van het jaar 1432 zelf gedaan zou hebben aan een Italiaanse vrouw.

In de geloofstraditie is een gebed overgeleverd tot Maria, Koningin van de Vrede:

‘Allerheiligste Maagd en Moeder van God,

U bent ook onze allerliefste Moeder.

Aan uw Zoon Jezus is door de Vader

het koningschap toevertrouwd over hemel en aarde.

En u mag naast Hem staan als koningin van de hemel.

In alle bescheidenheid komen wij tot u met ons gebed.

Wij herinneren ons dat bij Jezus’ geboorte in Bethlehem engelen zongen:

‘Eer aan God in de hoge en vrede op aarde.’

Zo was hij door de profeten aangekondigd:

Als een ‘vredevorst voor eeuwig’.

Wij geloven vast

dat u mag delen in dat koningschap

en dat wij op u een beroep mogen doen

als koningin van de vrede.

Wij bidden

dat op uw voorspraak

haat en tweedracht tussen de volkeren mogen verdwijnen

en dat hun hart vervuld mag worden

met de wil tot vrede en verzoening:

die vrede die Jezus ons heeft voorgeleefd

en die Hij ons toewenste

toen Hij op eerste Paasdag aan zijn leerlingen verscheen

met de woorden: ‘Vrede, sjalom.’

Zegen de pogingen van onze Heilige Vader de Paus

die de volken en wereldleiders onophoudelijk oproept

oorlogen te beëindigen en te streven naar vrede.

Maar geef

dat ook wij

op de plek waar wij staan

bezield worden door datzelfde verlangen

en alles doen wat in ons vermogen ligt

om een werktuig van vrede te zijn.

Goede Moeder

bid met ons mee om vrede

overal op onze wereld,

in ons eigen land,

in onze gezinnen

in ons hart.

Moge daar het koningschap van Christus uw Zoon

zijn rijk beginnen.

Amen.’

[Naar Groot Gebedenboek p.1154]

[ca 1950, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.03]

This feast is connected with one of the invocations from the Litany of Mary: 'Queen of Peace, pray for us.'

It goes back to a promise that Mary herself is said to have made to an Italian woman on 26 May in the year 1432.

In the tradition of the faith, a prayer to Mary, Queen of Peace, has been handed down:

'Most holy Virgin and Mother of God,

you are also our dearest Mother.

To your Son Jesus the Father has entrusted

the kingship over heaven and earth.

And you may stand beside Him as queen of heaven.

In all humility we come to you with our prayer.

We remember that at Jesus' birth in Bethlehem angels sang:

'Glory to God in the highest and peace on earth.'

Thus he had been announced by the prophets:

as a 'prince of peace for ever'.

We firmly believe

that you may share in that kingship

and that we may call upon you

as queen of peace.

We pray

that through your intercession

hatred and discord among the peoples may disappear

and that their hearts may be filled

with the will to peace and reconciliation:

that peace which Jesus lived out before us

and which He wished us

when He appeared to his disciples on the first Easter day

with the words: 'Peace, shalom.'

Bless the efforts of our Holy Father the Pope,

who unceasingly calls upon the peoples and the leaders of the world

to end wars and to strive for peace.

But grant

that we too,

in the place where we stand,

may be inspired by that same longing

and do all that lies within our power

to be an instrument of peace.

Good Mother,

pray with us for peace

everywhere in our world,

in our own country,

in our families,

in our hearts.

May the kingship of Christ your Son

begin its reign there.

Amen.'

[After Groot Gebedenboek p. 1154]

[c. 1950, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.03]

Halte 4 · zuidbeukStop 4 · south aisle

Vincentius a PaoloVincent de Paul

Vincentius’ tijd wordt gekenmerkt door oorlog en narigheid. Tijdens een conferentie voor priesters zei hij: “Ik kom nog eens terug op de aanbevelingen die ik al zo vaak gedaan heb en die we niet genoeg kunnen herhalen: dat we God bidden om vrede en dat Hij zo goed is om de harten van de christenvorsten tot elkaar te brengen. Want helaas: overal om ons heen zien wij oorlog! Oorlog in Frankrijk, oorlog in Spanje, in Italië, in Duitsland, in Zweden, in Polen dat van drie kanten wordt aangevallen, in Ierland waar de armen van hun land worden gedeporteerd naar onvruchtbare gebieden, naar bergen en zo goed als ontoegankelijke en onherbergzame rotsgrond; in Schotland is het nauwelijks beter; en Engeland: ieder weet hoe erg het daar is. Kortom in alle koninkrijken oorlog en ellende alom. In Frankrijk hebben zo veel mensen te lijden. O Verlosser, o Verlosser. Hoeveel zijn het er wel niet!?”

In de steden legden de mensen uit wanhoop hun kinderen te vondeling. Vincentius had welgestelde dames bereid gevonden zich hun lot aan te trekken. Maar het aantal vondelingen in Parijs steeg zo snel dat het de dames boven het hoofd dreigde te groeien. Bovendien liepen ook de kosten torenhoog op. Ze overlegden dus of ze dit werk wel konden volhouden. Bij die gelegenheid zou Vincentius hebben gezegd: “Luister dames. Uit medelijden en naastenliefde hebt u deze kleine schepseltjes als uw eigen kinderen aangenomen. U bent uit pure goedheid hun moeder geworden, omdat hun echte moeders hen aan hun lot hadden overgelaten. En nu wilt u hen nóg eens aan hun lot overlaten? U wilt niet langer hun moeder zijn, maar hun rechters. Want hun leven en hun dood ligt nu in uw handen. Welnu, ik zal er dus toe overgaan om de stemmen te tellen. Dan is nu het moment gekomen om een uitspraak te doen en te zien of u nog medelijden met hen wilt hebben. Zij zullen het er levend vanaf brengen, als u nog liefdevol voor ze wilt zorgen. Maar ze zullen onherroepelijk doodgaan, als u uw handen er nu van af trekt. U weet het uit eigen ervaring…!” Waarop de dames niet anders konden besluiten dan het werk voort te zetten en te vertrouwen op de Goddelijke Voorzienigheid, die – zo zou blijken – zich nooit onbetuigd liet.

Vincentius is afgebeeld met een kind in zijn armen. Het doet enigszins denken aan het kind Jezus. Niet toevallig! Vincentius had Jezus’ woorden ter harte genomen: ‘Wat je doet aan de minste van mijn mensen: dat doe je eigenlijk aan Mij!’

En ik? Zie ik in noodlijdende en hulpbehoevende mensen eigenlijk Jezus zelf?

[ca 1895, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.22]

Vincent's time was marked by war and misery. During a conference for priests he said: "I return once more to the recommendations I have made so often and which we cannot repeat enough: that we pray to God for peace, and that He may be so good as to bring the hearts of the Christian princes together. For alas: everywhere around us we see war! War in France, war in Spain, in Italy, in Germany, in Sweden, in Poland which is being attacked from three sides, in Ireland where the poor are being deported from their land to barren regions, to mountains and to rocky ground that is all but inaccessible and inhospitable; in Scotland things are hardly better; and England: everyone knows how bad it is there. In short, in all the kingdoms war and misery on every side. In France so many people are suffering. O Redeemer, o Redeemer. How many they are!"

In the cities, people in their despair abandoned their children as foundlings. Vincent had found well-to-do ladies willing to take their fate to heart. But the number of foundlings in Paris rose so quickly that it threatened to overwhelm the ladies. Moreover, the costs were mounting sky-high. So they deliberated whether they could keep this work going. On that occasion Vincent is said to have declared: "Listen, ladies. Out of compassion and charity you have taken in these little creatures as your own children. Out of pure goodness you have become their mothers, because their real mothers had abandoned them to their fate. And now you want to abandon them to their fate once again? You no longer want to be their mothers, but their judges. For their life and their death now lie in your hands. Well then, I shall proceed to count the votes. Now the moment has come to pronounce judgement and to see whether you still wish to have compassion on them. They will come out of it alive, if you are still willing to care for them lovingly. But they will inevitably die, if you now withdraw your hands from them. You know it from your own experience...!" Whereupon the ladies could decide nothing else than to continue the work and to trust in Divine Providence, which — as would become apparent — never failed them.

Vincent is depicted with a child in his arms. It is somewhat reminiscent of the child Jesus. Not by chance! Vincent had taken Jesus' words to heart: 'What you do to the least of my people, you actually do to Me!'

And I? Do I see in people in need and distress actually Jesus himself?

[c. 1895, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.22]

Halte 4 · zuidbeukStop 4 · south aisle

Bonifatius van FuldaBoniface of Fulda

Hij is afkomstig uit Zuid-Engeland. Daar was hij in 672 geboren en heette aanvankelijk Winfried. Hij treedt in bij de benedictijnen van Nursling en brengt het daar tot leraar aan de kloosterschool. Hij is de veertig al gepasseerd, als hij besluit voor het ‘pelgrimschap’ te kiezen. Dat betekent dat hij zijn vaderland zal verlaten om er nooit meer terug te keren. Vanuit de gelovige overtuiging dat op deze aarde nergens je definitieve thuis te vinden is. Rond 716 steekt hij dus over naar het vasteland en meldt zich bij Willibrord in Utrecht. Deze wijst hem Woerden aan als standplaats. Maar het wordt geen succes. Na een jaar trekt hij verder naar de donkere wouden van Germanië, nu: Zuid-Duitsland. Daar was het geloof in Christus nog niet doorgedrongen. De kerk moest er van de grond af aan worden opgebouwd. Hij gaat rapport uitbrengen aan de paus in Rome. Hij vertrekt op een 14e mei, feestdag van de heilige Bonifatius van Tarsus. Vanaf dat moment noemt hij zich naar die heilige. De paus wijdt hem tot bisschop en overlaadt hem met relieken, zodat hij kerken kan stichten. Zo staat Bonifatius aan de basis van de bisdommen Passau, Regensburg, Salzburg, Eichstätt, Würzburg en Erfurt. Hij correspondeert met een zusterklooster in Zuid-Engeland. Hij vraagt om liturgische gewaden, het afschrijven van heilige boeken, en… om een hartelijk woord. Want het leven dat hij leidt, is verre van gemakkelijk: "Ik vraag uwe liefde met de meest mogelijke aandrang voor mij te bidden tot onze God, de schepper van hemel en aarde. Ik wil u ook niet in het onzekere laten over de reden waarom ik dit vraag. U moet weten dat mijn pelgrimschap telkens opnieuw wordt belaagd door allerhande stormen: overal moeite, overal verdriet; van buiten strijd, van binnen vrees!" Hij vraagt zelfs of er zusters durven over te komen om in dit verlaten gebied nieuwe kloosters te vestigen, steunpunten van christelijke cultuur. Zelf sticht hij een aantal mannenkloosters. In 754 gaat hij er met een groep priesters en monniken op uit om de Friezen te bekeren. Het hele gezelschap wordt vermoord. Volgens de overlevering zou Bonifatius hebben gepoogd zich met een evangelieboek te beschermen tegen de houwen van het zwaard. Dat verklaart het zwaard op de afbeelding.

Het evangelie als bescherming. Waartegen beschermt mij het evangelie van Jezus? Christenen voelen zich soms nog steeds pelgrims op deze wereld, ook al verlaten ze hun vaderland niet. Herken ik dat?

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.02]

He came from the south of England. He was born there in 672 and was originally called Winfried. He entered the Benedictine monastery of Nursling and rose to become a teacher at the monastery school. He was already past forty when he decided to choose the way of 'pilgrimage'. That meant he would leave his homeland never to return, out of the believer's conviction that nowhere on this earth is your final home to be found.

Around 716 he therefore crossed over to the continent and presented himself to Willibrord in Utrecht, who assigned him Woerden as his post. But it was not a success. After a year he moved on to the dark forests of Germania, now southern Germany. There the faith in Christ had not yet penetrated. The church had to be built up from the ground. He went to report to the pope in Rome. He set out on a 14th of May, the feast day of Saint Boniface of Tarsus. From that moment on he named himself after that saint. The pope consecrated him bishop and showered him with relics so that he could found churches. Thus Boniface stands at the origin of the dioceses of Passau, Regensburg, Salzburg, Eichstätt, Würzburg and Erfurt. He corresponded with a convent of sisters in the south of England. He asked for liturgical vestments, for the copying of holy books, and... for a kind word. For the life he led was far from easy: "I beg your love with the utmost urgency to pray for me to our God, the creator of heaven and earth. Nor do I want to leave you in any doubt as to the reason why I ask this. You should know that my pilgrimage is beset again and again by storms of every kind: everywhere hardship, everywhere sorrow; fighting without, fear within!" He even asked whether sisters would dare to come over to establish new convents in this desolate region, strongholds of Christian culture. He himself founded a number of monasteries for men. In 754 he set out with a group of priests and monks to convert the Frisians. The whole company was murdered. According to tradition, Boniface is said to have tried to shield himself with a book of the gospels against the blows of the sword. That explains the sword in the image.

The gospel as protection. Against what does the gospel of Jesus protect me? Christians sometimes still feel like pilgrims in this world, even though they do not leave their homeland. Do I recognise that?

[c. 1900, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.02]

Halte 5 · zuidbeukStop 5 · south aisle

Johannes, apostel en evangelistJohn, Apostle and Evangelist

Johannes behoorde tot de twaalf apostelen. Volgens de overlevering was hij de jongste van allemaal. Zo wordt hij hier ook afgebeeld. Met zijn broer Jacobus was hij aanvankelijk in dienst bij zijn vader die een visserijbedrijf had aan het meer in het noorden van Palestina. Daar had Jezus hem in het voorbijgaan uitgenodigd Hem te volgen. Sindsdien is zijn leven alleen nog maar door Jezus bepaald geweest.

Na Jezus’ heengaan schreef hij een evangelie, een levensverhaal over Jezus. Op de afbeelding toont hij het aan mij. Hij trekt een gezicht alsof hij zeggen wil: ‘Het komt in het leven alleen dáár op aan.’

Hij was niet de eerste die zo’n evangelie schreef, maar de vierde. Wel anders. Diepzinniger, met theologische beschouwingen. Vandaar die adelaar aan zijn voeten: hij keek met een scherpziend oog dwars door de buitenkant van de dingen heen om de goddelijke binnenkant te ontwaren.

In zijn verhalen komt zo nu en dan een leerling voor die in het bijzonder door Jezus werd bemind. Men gaat ervan uit dat hij, Johannes, dat zelf was. Hij wist waarover hij het had. Uit de andere drie evangelies weten we dat zijn moeder eens aan Jezus kwam vragen of haar twee zoons straks links en rechts van Jezus op een troon mochten zitten. Was dat haar initiatief, of durfde Johannes het niet zelf te vragen? Toen ze bij een andere gelegenheid eens geen gastvrij onthaal kregen in een dorp, stelde Johannes voor om vuur uit de hemel te vragen, zodat die ellendelingen van de aardbodem verdelgd zouden worden. Jezus kwaad! Veel later zou diezelfde Johannes in één van zijn brieven schrijven: ‘God is Liefde.’

Wat moet die man een innerlijke ontwikkeling hebben doorgemaakt!

En ik? Als ik terugkijk op mijn geloofsleven: zie ik dan ook een ontwikkeling, een groei?

Dwars door de buitenkant van de gewone dingen heen de goddelijke binnenkant zien: is dat niet een genade, waar ik elke dag in mijn gebed om zou kunnen vragen?

[ca 1895, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.08.21]

John belonged to the twelve apostles. According to tradition he was the youngest of them all. That is how he is depicted here. With his brother James he initially worked for his father, who ran a fishing business on the lake in the north of Palestine. There, in passing, Jesus had invited him to follow Him. From then on his life was shaped by Jesus alone.

After Jesus' departure he wrote a gospel, an account of Jesus' life. In the image he shows it to me. The look on his face seems to say: 'This is the only thing in life that matters.'

He was not the first to write such a gospel, but the fourth. Yet his was different. More profound, with theological reflections. Hence the eagle at his feet: he looked with a sharp-sighted eye straight through the outside of things to discern the divine within.

In his stories a disciple appears now and then who was especially loved by Jesus. It is assumed that he, John, was that disciple himself. He knew what he was talking about. From the other three gospels we know that his mother once came to ask Jesus whether her two sons might one day sit on thrones to the left and right of Jesus. Was that her initiative, or did John not dare to ask it himself? When on another occasion they were refused a hospitable welcome in a village, John proposed calling down fire from heaven, so that those wretches would be wiped off the face of the earth. Jesus was angry! Much later that same John would write in one of his letters: 'God is Love.'

What an inner journey that man must have made!

And I? When I look back on my life of faith, do I also see a development, a growth?

To see straight through the outside of ordinary things to the divine within: is that not a grace I could ask for in my prayer every day?

[c. 1895, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.08.21]

Halte 5 · zuidbeukStop 5 · south aisle

Juliana van CornillonJuliana of Cornillon

Juliana wordt rond 1192 geboren te Rétinne bij Luik. Als ze vijf jaar oud is, verliest ze haar beide ouders. Ze wordt opgevoed door de zusters augustinessen op de Corneliusberg (= Cornillon) vlak bij Luik. Uiteindelijk treedt ze toe tot de gemeenschap en wordt zelf ook zuster. In 1222 wordt ze priorin. Tezamen met haar medezusters ijvert zij voor de verbreiding van de devotie tot het Heilig Altaarsacrament (= eucharistie) en de invoering van het sacramentsfeest.

Op een dag ontvangt ze tijdens haar gebed een visioen: zij ziet de maan met een hap eruit. Pas na twee jaar begrijpt zij de betekenis ervan: de maan was de kerk, waaraan nog iets heel belangrijks ontbrak: een feestdag ter ere van het Heilig Altaarsacrament.

In het jaar 1246 plaatst het bisdom Luik inderdaad het Sacramentsfeest op de liturgische kalender.

Intussen is er in het naburige mannenklooster een prior gekomen die geen gelegenheid voorbij laat gaan om haar te betichten van schijnheiligheid. Tot tweemaal toe ziet zij zich genoodzaakt de vlucht te nemen. Uiteindelijk trekt zij zich in de eenzaamheid terug als kluizenares, zonder dat er ooit één klacht over haar lippen komt. Zij sterft in 1258.

Zo mocht zij niet meer meemaken dat het Sacramentsfeest in 1264 door paus Urbanus iv voor de hele Kerk werd opgenomen in de liturgische kalender.

Zij wordt afgebeeld met een monstrans, waarin het Heilig Altaarsacrament te zien is.

Kijkend naar de afbeelding vraag ik mij af: ‘Heb ik devotie tot de eucharistie?’

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.08.21]

Juliana was born around 1192 at Rétinne near Liège. When she was five years old she lost both her parents. She was brought up by the Augustinian sisters on the Corneliusberg (= Cornillon) just outside Liège. Eventually she joined the community and became a sister herself. In 1222 she became prioress. Together with her fellow sisters she worked zealously to spread devotion to the Blessed Sacrament of the Altar (= the eucharist) and to have a feast of the Blessed Sacrament introduced.

One day, during her prayer, she received a vision: she saw the moon with a bite taken out of it. Only after two years did she understand its meaning: the moon was the church, which still lacked something very important: a feast day in honour of the Blessed Sacrament of the Altar.

In the year 1246 the diocese of Liège did indeed place the feast of Corpus Christi on the liturgical calendar.

Meanwhile, a prior had arrived at the neighbouring monastery who let no opportunity pass to accuse her of hypocrisy. Twice she found herself forced to flee. In the end she withdrew into solitude as a hermitess, without a single complaint ever crossing her lips. She died in 1258.

So she did not live to see the feast of Corpus Christi taken up into the liturgical calendar for the whole Church by Pope Urban IV in 1264.

She is depicted with a monstrance, in which the Blessed Sacrament of the Altar can be seen.

Looking at the image, I ask myself: 'Do I have devotion to the eucharist?'

[c. 1900, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.08.21]

Halte 6 · zuidertranseptStop 6 · south transept

Cecilia van RomeCecilia of Rome

Cecilia was in de middeleeuwen zo populair dat er almaar meer verhalen om haar persoon geweven zijn. Met als gevolg dat het vandaag de dag eenvoudig niet meer mogelijk is in de verhalen waarheid en legende uit elkaar te houden.

Zij zou opgegroeid zijn in een christenfamilie. Zoals vaak in de begintijd van het christendom nam zij zich voor maagd te blijven; teken dat zij haar geloof te midden van de Romeinse cultuur in alle zuiverheid wilde bewaren. Zo kon zij het beste getuigen van de alles omvattende liefde tot Christus. Ze had die belofte gedaan in de stilte van haar gebed.

Haar ouders waren er niet van op de hoogte en arrangeerden naar de gewoonte van die tijd een huwelijk voor haar met een aantrekkelijke partner. In dit geval ging het om een rijk man, Valerianus. Ze besloot hem haar vrome voornemen kenbaar te maken. Op het moment dat de bruidsmuziek weerklonk, aldus de legende, fluisterde zij Valerianus in het oor dat zij had besloten maagd te blijven omwille van Christus. Door haar heilige ernst speelde zij het klaar hem te winnen voor haar ideaal. Hij maakte kennis met haar godsdienst en liet zich dopen. Ook zijn broer Tiburtius wist zij over te halen omwille van Christus verder ongehuwd door het leven te gaan.

Niet lang daarna ondergingen beide broers de marteldood. Al de goederen die nu aan haar toevielen verdeelde zij onder de armen. De corrupte belastingdienst van die dagen had gehoopt er een voordelig slaatje uit te slaan, maar de ambtenaren visten achter het net. Uit teleurstelling lieten ze haar arresteren. Na veel geharrewar werd ze ter dood veroordeeld door de nekslag met de bijl.

Omdat muziek in haar verhaal zo’n beslissende rol speelt, is zij patrones van de muziek, met name de kerkmuziek en van alle musici. Vandaar dat zij op de afbeelding een orgeltje bij zich heeft dat op het boek rust.

Gods Woord klinkt haar als muziek in de oren!

Kan ik dat ook zeggen? Zo ja, welke woorden van God in het bijzonder?

[ca 1895, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.08.21]

In the Middle Ages Cecilia was so popular that ever more stories were woven around her person. As a result, it is today simply no longer possible to disentangle truth from legend in these stories.

She is said to have grown up in a Christian family. As often happened in the early days of Christianity, she resolved to remain a virgin; a sign that she wished to keep her faith in all its purity in the midst of Roman culture. In that way she could bear the best witness to the all-embracing love of Christ. She had made that promise in the stillness of her prayer.

Her parents knew nothing of it and, as was the custom of the time, arranged a marriage for her with an attractive match. In this case it was a rich man, Valerian. She decided to make her pious resolution known to him. At the moment the wedding music sounded, so the legend tells, she whispered in Valerian's ear that she had decided to remain a virgin for the sake of Christ. By her holy earnestness she managed to win him over to her ideal. He became acquainted with her religion and was baptised. She also persuaded his brother Tiburtius to go through life unmarried for the sake of Christ.

Not long afterwards, both brothers suffered martyrdom. All the goods that now fell to her she distributed among the poor. The corrupt tax officials of those days had hoped to make a nice profit out of it, but they came away empty-handed. Out of disappointment they had her arrested. After much wrangling she was condemned to death by a blow of the axe to the neck.

Because music plays such a decisive role in her story, she is the patroness of music, especially church music, and of all musicians. That is why in the image she carries a small organ resting on the book.

God's Word sounds like music in her ears!

Can I say the same? If so, which words of God in particular?

[c. 1895, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.08.21]

Halte 6 · zuidertranseptStop 6 · south transept

Sint Jozef WerkmanSaint Joseph the Worker

Sint Jozef staat hier afgebeeld met een winkelhaak, een timmermanswerktuig. Volgens de evangelies was dat zijn beroep. Hij is dan ook de patroonheilige van beroepsgroepen die daarmee verband houden: aannemers en ingenieurs, meubelmakers en schrijnwerkers. In 1955 gaf Paus Pius XII hem naast zijn eigenlijke feestdag (19 maart) een aparte feestdag op de heiligenkalender als Sint Jozef Werkman: 1 mei. Dat is de dag dat in de socialistische en communistische landen de Dag van de Arbeid wordt gevierd.

Uit de eerste eeuwen zijn talloze zogeheten apocriefe evangeliën bekend. Verhalen over Jezus die de geloofsgemeenschap als ‘niet-authentiek’ beschouwt: niet geïnspireerd door de Heilige Geest. Ze vertellen ons vooral hoe de gelovigen die deze verhalen vertelden, tegen Jezus aankeken. Zo bestaat er een zogeheten ‘Arabisch Evangelie van de Verlosser’. Het werd vermoedelijk geschreven halverwege de 5e eeuw. Hierin lezen we dat Jozef weliswaar timmerman was, maar dat hij het eigenlijk niet zo goed kon!

‘Jozef nu ging de hele stad rond, en nam de Heer Jezus mee als de mensen hem vroegen om een deur, een melkvat, rustbank of kist te komen maken. Overal ging de Heer Jezus met hem mee. Telkens als Jozef iets van zijn handwerk met een el of een duimbreedte langer of korter, smaller of breder moest maken, strekte de Heer Jezus zijn hand ernaar uit. Had Hij dat eenmaal gedaan, dan was het precies zoals Jozef het gewild had. Hij hoefde er met eigen vaardigheid niet meer aan te pas te komen. Jozef was immers niet zo bekwaam in het timmervak.

Zo ontbood hem op een dag de koning van Jeruzalem met de opdracht: ‘Jozef, ik wil dat je voor mij een verheven zetel maakt; hij moet de maten hebben van de plek waar ik altijd resideer.’ Jozef ging meteen aan het werk. Het duurde twee jaar. Maar toen hij de zetel aanbracht op de daarvoor bestemde plek, bemerkte hij dat hij links en rechts twee duim te kort was. Toen de koning dat zag, werd hij woedend. Van angst kreeg Jozef geen hap meer door de keel en ’s nachts sliep hij niet. De Heer Jezus vroeg hem waarover hij zo inzat. Hij zei: ‘Omdat ik in één klap alles kwijt ben, wat ik in twee jaar heb opgebouwd.’ Toen zei de Heer Jezus: ‘Vrees niet; houd moed. Als u de ene kant van de zetel vastpakt, neem ik hem aan de andere kant. We zullen zien wat we er aan kunnen doen.’ Jozef deed het, en allebei trokken ze aan hun kant. Zo kreeg de zetel alsnog de maten die hij hebben moest. Toen de omstanders zagen wat er gebeurd was, prezen ze God…’

De bedoeling van de schrijver lijkt me duidelijk. Hij (of zij?) legt er de nadruk op dat ons mensenwerk pas tot voltooiing komt, als we er Jezus bij betrekken.

Ik ga bij mezelf na hoe ik Jezus betrek bij mijn werkzaamheden.

En of ook ik uit ervaring kan zeggen dat mijn werk pas goed is, als ik dat doe onder zijn inspiratie.

[ca 1895, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.08.21]

Saint Joseph is depicted here with a carpenter's square, a carpenter's tool. According to the gospels that was his trade. He is therefore the patron saint of the trades connected with it: builders and engineers, furniture makers and joiners. In 1955, alongside his proper feast day (19 March), Pope Pius XII gave him a separate feast day on the calendar of saints as Saint Joseph the Worker: 1 May. That is the day on which Labour Day is celebrated in the socialist and communist countries.

From the first centuries countless so-called apocryphal gospels are known. Stories about Jesus which the community of faith regards as 'not authentic': not inspired by the Holy Spirit. They tell us above all how the believers who told these stories looked upon Jesus. Thus there exists a so-called 'Arabic Gospel of the Saviour'. It was probably written in the middle of the 5th century. In it we read that Joseph was indeed a carpenter, but that he was actually not very good at it!

'Now Joseph went all around the town, taking the Lord Jesus with him whenever people asked him to come and make a door, a milk churn, a couch or a chest. Everywhere the Lord Jesus went with him. Whenever Joseph had to make something in his handiwork an ell or a thumb's breadth longer or shorter, narrower or wider, the Lord Jesus stretched out his hand towards it. Once He had done so, it was exactly as Joseph had wanted it. He no longer needed to apply any skill of his own. For Joseph was not so accomplished in the carpenter's trade.

One day the king of Jerusalem summoned him with the commission: "Joseph, I want you to make me a splendid throne; it must have the measurements of the place where I always reside." Joseph set to work at once. It took two years. But when he installed the throne in its appointed place, he noticed that it was two thumbs too short on either side. When the king saw that, he was furious. For fear, Joseph could not swallow a bite, and at night he could not sleep. The Lord Jesus asked him what was troubling him so. He said: "Because in one blow I have lost everything I built up in two years." Then the Lord Jesus said: "Do not fear; take heart. If you take hold of one side of the throne, I will take it on the other side. We shall see what we can do about it." Joseph did so, and each pulled on his own side. And so the throne received after all the measurements it was meant to have. When the bystanders saw what had happened, they praised God...'

The writer's intention seems clear to me. He (or she?) emphasises that our human work only comes to completion when we involve Jesus in it.

I consider for myself how I involve Jesus in my work.

And whether I too can say from experience that my work is only good when I do it under his inspiration.

[c. 1895, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.08.21]

Halte 6 · zuidertranseptStop 6 · south transept

Maria MagdalenaMary Magdalene

Maria is afgebeeld met lange afhangende haren, doodshoofd en kruis, waar een boete-instrument aan is bevestigd.

Volgens de legende zou Maria na Jezus’ heengaan een leven van boete en inkeer hebben geleid. De afhangende haren symboliseren de strijd tegen de ijdelheid en de behaagzucht: zo werden de haren dus niet in een elegant kapsel gekruld. De doodskop moet de boeteling herinneren aan de vergankelijkheid van het leven. De gesel wordt gebruikt om de lusten van het lichaam ondergeschikt te maken aan gevoelens van liefde en opoffering. Het kruis duidt erop dat Jezus ons daarin is voorgegaan.

Opvallend, op andere afbeeldingen zien we Maria met de zalfpot. Die had ze bij zich gehad toen ze Jezus’ lijk wilde gaan balsemen. Zij hield zielsveel van Jezus. Hij had haar bevrijd uit de macht van het kwaad, en tot een vrouw van de ware liefde gemaakt. Dit was het laatste dat ze nog voor Hem kon doen. Maar het graf was leeg geweest. Ze was in tranen. Toen werd ze aangesproken door een man, de tuinman dacht ze. Hij noemde haar naam: ‘Maria!’ Alleen zoals Hij dat kon. Ze riep uit: ‘Meestertje-mijn!?’ Haar koosnaam voor Hem.

Hij gaf haar de opdracht naar de leerlingen te gaan en te zeggen dat Hij leefde en naar zijn Vader in de hemel terugkeerde. Zo werd zij de eerste apostel, de eerste die het evangelie verkondigde.

Maria’s verkondiging van het evangelie is gebaseerd op een ontmoeting met de verrezen Heer. Heb ik Hem als eens ontmoet? Haar ontmoeting was gebaseerd op het feit dat ze zielsveel van Hem hield. En ik?

[ca 1895, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.04]

Mary is depicted with long, loose-hanging hair, a skull and a cross, to which an instrument of penance is attached.

According to legend, after Jesus' departure Mary is said to have led a life of penance and repentance. The loose-hanging hair symbolises the struggle against vanity and the desire to please: the hair was thus not curled into an elegant coiffure. The skull is to remind the penitent of the transience of life. The scourge is used to subject the desires of the body to feelings of love and sacrifice. The cross indicates that Jesus went before us in this.

Strikingly, in other images we see Mary with the jar of ointment. She had brought it with her when she went to embalm Jesus' body. She loved Jesus with all her soul. He had freed her from the power of evil and made her a woman of true love. This was the last thing she could still do for Him. But the tomb had been empty. She was in tears. Then a man addressed her — the gardener, she thought. He called her by name: 'Mary!' Only as He could. She cried out: 'Rabbouni — my dear Master!?' Her pet name for Him.

He gave her the task of going to the disciples and telling them that He was alive and was returning to his Father in heaven. So she became the first apostle, the first to proclaim the gospel.

Mary's proclamation of the gospel is based on an encounter with the risen Lord. Have I ever met Him? Her encounter was rooted in the fact that she loved Him with all her soul. And I?

[c. 1895, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.04]

Halte 6 · zuidertranseptStop 6 · south transept

Lambertus van MaastrichtLambert of Maastricht

Lambertus was een Maastrichtenaar. Hij moet nog geen dertig geweest zijn, toen hij tot bisschop werd benoemd. Onvermoeibaar trok hij rond door Brabant en de Kempen om er het evangelie te verspreiden. In die streken zijn dan ook tot op de dag van vandaag talloze kerken aan hem toegewijd. Vandaar dat eikenblad in zijn staf: teken van vruchtbaarheid en kracht.

Toen er een machtswisseling plaatsvond, viel Lambertus in ongenade. Hij werd verbannen naar de abdij van Stavelot in de Ardennen. Daar leidde hij het leven van een bescheiden, vrome monnik. Eens wilde hij midden in de nacht opstaan om te gaan bidden. Maar hij liet zijn sandaal vallen op de houten vloer van de slaapzaal. Half wakker gemaakt bromde de abt dat de dader buiten voor het kruis boete moest doen. Het was hartje winter. De volgende morgen miste men Lambertus bij het koorgebed. Hij lag nog steeds op zijn knieën voor het kruis, volkomen verkleumd, de sneeuw dik op zijn gespreide armen. In alle haast heeft men water warm gemaakt en hem ontdooid.

Na zeven jaar keerde het tij en kon hij terug naar Maastricht. Een moedig man. De vorst die hem beschermde leefde onwettig samen met een bijvrouw. Na vergeefse waarschuwingen deed Lambertus beiden in de ban! Dat liet die vrouw niet op zich zitten. Zij huurde twee moordenaars in. Zij klommen op het dak van de plek waar Lambertus lag te rusten en lieten van boven af een zwaard of een lans op zijn hoofd vallen. Vandaar die lans op de afbeelding. Ook Lambertus’ beide assistenten vonden de dood.

Hoe moedig en standvastig ben ik, als het erom gaat om vast te houden aan de weg van Christus, als in mijn omgeving vaak heel andere waarden en normen worden aangehouden?

[ca 1895, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.22]

Lambert was a native of Maastricht. He can hardly have been thirty when he was appointed bishop. Tirelessly he travelled through Brabant and the Kempen to spread the gospel there. To this day, countless churches in those regions are dedicated to him. Hence the oak leaf on his staff: a sign of fruitfulness and strength.

When a change of power took place, Lambert fell out of favour. He was banished to the abbey of Stavelot in the Ardennes. There he led the life of a modest, devout monk. Once he wanted to get up in the middle of the night to pray. But he dropped his sandal on the wooden floor of the dormitory. Half woken, the abbot growled that the culprit should do penance outside before the cross. It was the depth of winter. The next morning Lambert was missed at the choir prayer. He was still on his knees before the cross, utterly frozen through, the snow lying thick on his outstretched arms. In all haste water was heated and he was thawed out.

After seven years the tide turned and he could return to Maastricht. A courageous man. The prince who protected him was living unlawfully with a concubine. After warnings had proved fruitless, Lambert excommunicated them both! The woman would not let that pass. She hired two murderers. They climbed onto the roof of the place where Lambert lay resting and dropped a sword or a lance onto his head from above. Hence the lance in the image. Lambert's two assistants also met their death.

How courageous and steadfast am I when it comes to holding fast to the way of Christ, when very different values and standards are often upheld around me?

[c. 1895, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.22]

Halte 7 · Maria-altaarkapelStop 7 · Chapel of the Altar of Our Lady

DominicusDominic

Dominicus is de stichter van de naar hem genoemde dominicaner orde, ook predikheren genaamd. Vandaar dat dominicanen de letters O.P. achter hun naam schrijven: ‘Ordinis Praedicatorum’ (= van de Orde der Predikheren). In de tweede helft van de 12e en begin 13e eeuw kwamen in Zuid-Frankrijk ketterse stromingen op. Zij leefden sober en waren daardoor voor de gewone mensen veel geloofwaardiger dan de vaak in weelde levende priesters. Er was een religieuze beweging nodig die minstens zo sober leefde en theologisch terdege onderlegd was, zodat de gelovigen zouden worden bevestigd in de juiste leer. Dat werden de dominicanen.

Dominicus is hier afgebeeld met de kruinschering van een monnik en gekleed in een lang wit habijt, met daarover heen een lichtblauwe openvallende mantel. Eigenlijk zou die zwart moeten zijn: kleur van de gestrengheid. Misschien verwijst de blauwe kleur in zijn geval naar Maria. In een visioen overhandigde zij hem de rozenkrans; hij heeft hem in zijn linkerhand. De heilige Maagd sprak de wens uit dat zijn orde het rozenkransgebed zou bevorderen. In de rechterhand heeft hij een lelie, symbool van de zuiverheid: in doen en laten alleen gericht op Gods eer.

Boven zijn hoofd is een ster zichtbaar. Men vertelt dat er tijdens zijn geboorte een ster op zijn voorhoofd verscheen. Beeldspraak die ook wij kennen: ‘A star is born!’

Kijkend naar Dominicus zou ik een (tientje van de) rozenkrans kunnen bidden. Als intentie zou ik kunnen vragen dat wij gelovigen de juiste leer aanhouden, en ons niet op dwaalsporen laten brengen, al zijn ze soms nog zo logisch of aantrekkelijk.

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.07]

Dominic is the founder of the Dominican order named after him, also known as the Order of Preachers. That is why Dominicans write the letters O.P. after their name: 'Ordinis Praedicatorum' (= of the Order of Preachers). In the second half of the twelfth century and the beginning of the thirteenth, heretical movements arose in the south of France. Their followers lived soberly, which made them far more credible to ordinary people than the priests, who often lived in luxury. What was needed was a religious movement that lived at least as soberly and was thoroughly grounded in theology, so that the faithful would be confirmed in sound doctrine. That movement became the Dominicans.

Dominic is depicted here with the shaven crown of a monk, dressed in a long white habit with a light-blue cloak falling open over it. Strictly speaking, that cloak should be black: the colour of austerity. Perhaps in his case the blue refers to Mary. In a vision she handed him the rosary; he holds it in his left hand. The Blessed Virgin expressed the wish that his order would promote the prayer of the rosary. In his right hand he holds a lily, symbol of purity: in all he does, directed solely to the honour of God.

Above his head a star is visible. It is told that at his birth a star appeared on his forehead. Imagery we know as well: 'A star is born!'

Looking at Dominic, I could pray a (decade of the) rosary. As my intention I could ask that we believers hold to sound doctrine and do not let ourselves be led astray, however logical or attractive the false trails may sometimes seem.

[ca 1900, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.07]

Halte 7 · Maria-altaarkapelStop 7 · Chapel of the Altar of Our Lady

Alfonsus de’ LiguoriAlphonsus Liguori

Alfonsus is afgebeeld als enigszins in zichzelf gekeerde bisschop, met staf en mijter. In de linkerhand een boek, met de rechter maakt hij het gebaar van zegen en onderricht.

Hij is afkomstig uit Napels. Daar staat hij al op zijn twintigste bekend als een bekwaam en betrouwbaar advocaat. Na afloop van een proces ontdekt hij, dat hij het onrecht verdedigd heeft. Zo gebrekkig en onvolmaakt was blijkbaar het menselijke kennen en weten.

Hij besluit priester te worden. Ontvangt de priesterwijding op zijn dertigste. Onmiddellijk gaat hij preken voor het volk. Het is zijn ideaal om eenvoudige, ongeschoolde mensen het evangelie bij te brengen. Vandaar dat hij in de taal van het volk preekt met zeer begrijpelijke woorden.

Niet iedereen waardeert wat Alfonsus doet. Hij ondervindt veel tegenstand van zijn vader, van de koning en enige tijd ook van de paus. Maar intussen sluiten anderen zich bij hem aan, en geleidelijkaan groeit deze beweging uit tot een nieuwe congregatie van religieuzen: de Redemptoristen. Zij leefden in uiterste eenvoud, voelden zich aangetrokken tot de gewone mensen en brachten grote predikanten voort.

Hijzelf schrijft meer dan honderd boeken. Beroemd is zijn boek 'De Heerlijkheid van Maria'. Een samenvatting van Maria's rol in de kerk tot dat moment. Hij toont er Maria als doorgeefster, middelares van alle genadegaven.

Uiteindelijk wordt hij bisschop van het plaatsje Agatha de' Goti.

In de laatste tien à twintig jaren van zijn leven gaat zijn gezondheid almaar achteruit. Hij heeft overal pijn, groeit krom van de jicht, wordt doof en zo goed als blind, terwijl ook zijn verstand ernstig achteruitgaat. Maar zijn allerergste beproeving is wel dat hij in ongenade valt bij de paus en dat er in zijn religieuze congregatie een scheuring ontstaat.

Op zulke momenten van zwaarmoedigheid laat hij zich graag voorlezen uit zijn eigen boek over Maria; daar knapt hij prompt van op.

Hij is 91, als hij sterft.

De kunstenaar legt geen nadruk op al de pijn die hij heeft moeten verduren. Terecht?

Voor Alfonsus is Maria een grote inspiratie. Voor mij ook? En zo niet, wat is het in onze geloofsschat waar ik het meeste inspiratie vind?

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.04]

Alphonsus is depicted as a bishop, somewhat turned inward, with crozier and mitre. In his left hand a book; with his right he makes the gesture of blessing and teaching.

He came from Naples. There, by the age of twenty, he was already known as a capable and trustworthy lawyer. After one trial he discovered that he had defended the side of injustice. So flawed and imperfect, apparently, was human knowledge and understanding.

He decided to become a priest. He was ordained at thirty. Immediately he began preaching to the people. His ideal was to bring the gospel to simple, unschooled folk. That is why he preached in the language of the people, in words everyone could understand.

Not everyone appreciated what Alphonsus was doing. He met with much opposition from his father, from the king, and for a time even from the pope. But meanwhile others joined him, and gradually this movement grew into a new congregation of religious: the Redemptorists. They lived in utmost simplicity, felt drawn to ordinary people, and produced great preachers.

He himself wrote more than a hundred books. Famous is his book 'The Glories of Mary'. A summary of Mary's role in the church up to that time. In it he shows Mary as the one who passes on, the mediatrix of all graces.

Eventually he became bishop of the small town of Sant'Agata de' Goti.

In the last ten to twenty years of his life his health declined steadily. He was in pain everywhere, grew bent with gout, became deaf and nearly blind, while his mind also deteriorated seriously. But his hardest trial of all was falling into disgrace with the pope, and the schism that arose within his religious congregation.

In such moments of despondency he liked to have someone read to him from his own book about Mary; it revived him at once.

He was 91 when he died.

The artist places no emphasis on all the pain he had to endure. Rightly so?

For Alphonsus, Mary was a great inspiration. For me too? And if not, where in the treasury of our faith do I find the most inspiration?

[ca 1900, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.04]

Halte 8 · Maria-altaarkapelStop 8 · Chapel of the Altar of Our Lady

Lucas, evangelistLuke the Evangelist

Een rijzige man, gekleed in een wit onderkleed en een rood bovenkleed, met groene voering. Kleuren die ook in de liturgie worden gebruikt…! Met bedachtzame blik bladert hij in een boek. Blijkens het onderschrift kijken we naar Lukas, de evangelist. Hij is afgebeeld op blote voeten: in de kunst vaak symbool voor het volgen van Jezus. Paulus noemt hem in één van zijn brieven ‘mijn vriend Lukas, de arts’ (Kolossenzen 4,14).

Volgens de overlevering is hij de schrijver van het derde evangelie en van het boek dat na de evangelies komt: Handelingen van de Apostelen. We beperken ons even tot het door hem geschreven evangelie over Jezus. Stel je voor dat we dat niet gehad zouden hebben. Wat zouden we over Jezus dan niet geweten hebben?

We zouden niet geweten hebben van de engel die Maria de Boodschap kwam brengen dat zij de Moeder van God zou worden.

We zouden de lofzangen van Maria (‘Magnificat’) en van Zacharias (‘Benedictus’) niet gekend hebben die elke dag in het getijdengebed worden gebeden of gezongen. Dat Jezus na zijn geboorte in een kribbe werd gelegd, op twaalfjarige leeftijd achterbleef in de tempel. De verhalen van de Barmhartige Samaritaan en de Verloren Zoon. Dat Jezus op het kruis bad voor zijn beulen: ‘Vader, vergeef het hun…’ Dat Jezus de moordenaar aan zijn rechterhand beloofde: ‘Vandaag nog zal je met Mij zijn in het paradijs.’ Dat Jezus na zijn opstanding uit de dood verscheen aan de leerlingen van Emmaus. Dat Jezus opsteeg naar de hemel…

En nog zo veel meer.

Ik neem mij voor het evangelie van Lukas nog eens aandachtig door te lezen.

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.08.21]

A tall man, dressed in a white undergarment and a red outer garment with green lining. Colours that are also used in the liturgy...! With a thoughtful gaze he leafs through a book. According to the caption, we are looking at Luke, the evangelist. He is depicted barefoot: in art, often a symbol of following Jesus. In one of his letters Paul calls him 'my friend Luke, the physician' (Colossians 4:14).

According to tradition he is the author of the third gospel and of the book that comes after the gospels: the Acts of the Apostles. Let us limit ourselves for a moment to the gospel he wrote about Jesus. Imagine we had never had it. What would we then not have known about Jesus?

We would not have known of the angel who came to bring Mary the message that she would become the Mother of God.

We would not have known the songs of praise of Mary ('Magnificat') and of Zechariah ('Benedictus'), which are prayed or sung every day in the liturgy of the hours. That Jesus after his birth was laid in a manger, that at the age of twelve he stayed behind in the temple. The stories of the Good Samaritan and the Prodigal Son. That Jesus on the cross prayed for his executioners: 'Father, forgive them...' That Jesus promised the thief at his right hand: 'Today you will be with Me in paradise.' That Jesus after his resurrection from the dead appeared to the disciples of Emmaus. That Jesus ascended into heaven...

And so much more.

I resolve to read the gospel of Luke once again, attentively.

[ca 1900, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.08.21]

Halte 8 · Maria-altaarkapelStop 8 · Chapel of the Altar of Our Lady

Bernardus van ClairvauxBernard of Clairvaux

Bernardus is afgebeeld in het witte habijt van de cisterciënzers. Deze kloosterorde kwam op in de middeleeuwen. De benedictijner orde bestond toen al meer dan vijfhonderd jaar. Vele abdijen waren rijke grootgrondbezitters geworden. De cisterciënzers wilden terug naar de eenvoud van het begin. De eenvoud van Jezus zelf.

Hoewel Hij zich Gods Zoon mocht noemen, was Hij mens geworden. Bernardus mediteerde veel over de vraag wat dat voor Jezus betekend moet hebben. En als mens had Hij veel moeten lijden. Vandaar dat Bernardus is afgebeeld met lijdensattributen van Jezus: onder de linkerarm: de stam van het kruis en een gesel; onder de rechterarm: de lans waarmee Jezus doorstoken is en de doornenkroon.

Tegelijk had Bernardus grote devotie voor Maria. Zij was door God uitgekozen om Jezus’ moeder te worden. Zij had Hem grootgebracht. In zijn gebed verlangde hij ernaar dat hij zich mocht voeden met Maria’s moedermelk. In de hoop dat hij uit zou groeien tot een mens zoals Jezus was geweest. Op de tekstrol die naar beneden hangt, staat dan ook een regel uit het Latijnse Marialied ‘Salve Regina’ (= Gegroet Koningin):

‘O clemens, o pia,

o dulcis virgo Maria.’

[O zachte, o vrome

o zoete maagd Maria]

Kijkend naar Bernardus vraag ik mij af, waarin ik het meeste op Jezus zou willen lijken. Daar maak ik mijn gebed van.

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.22]

Bernard is depicted in the white habit of the Cistercians. This monastic order arose in the Middle Ages. The Benedictine order had by then existed for more than five hundred years. Many abbeys had become wealthy landowners. The Cistercians wanted to return to the simplicity of the beginning. The simplicity of Jesus himself.

Although He could call himself God's Son, He had become man. Bernard meditated much on the question of what that must have meant for Jesus. And as a man He had to suffer greatly. That is why Bernard is depicted with the instruments of Jesus' passion: under his left arm, the beam of the cross and a scourge; under his right arm, the lance with which Jesus was pierced and the crown of thorns.

At the same time Bernard had a great devotion to Mary. She had been chosen by God to become Jesus' mother. She had raised Him. In his prayer he longed to be fed with Mary's mother's milk. In the hope that he would grow into a human being such as Jesus had been. On the scroll hanging down, therefore, is a line from the Latin Marian hymn 'Salve Regina' (= Hail, Queen):

'O clemens, o pia,

o dulcis virgo Maria.'

[O gentle, O loving,

O sweet Virgin Mary]

Looking at Bernard, I ask myself in what way I would most want to resemble Jesus. I make that the subject of my prayer.

[ca 1900, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.22]

Halte 9 · boven het priesterkoorStop 9 · above the sanctuary

Johannes de Doper & Johannes de EvangelistJohn the Baptist & John the Evangelist

Hoog boven het priesterkoor, aan de noordzijde: twee mannen die dezelfde naam dragen. Links Johannes de Doper, de voorloper, met de kruisstaf — de man die in de woestijn riep en Hem aanwees: ‘Zie het Lam Gods.’ Rechts Johannes de evangelist, de jongste van de leerlingen, met de kelk in de hand — de leerling die bij het laatste avondmaal aan Jezus’ borst rustte.

De een wees Hem aan van veraf; de ander leunde tegen Hem aan. Twee manieren om bij Christus te horen.

High above the sanctuary, on the north side: two men who bear the same name. On the left John the Baptist, the forerunner, with the cross-staff — the man who cried out in the desert and pointed Him out: ‘Behold the Lamb of God.’ On the right John the Evangelist, the youngest of the disciples, chalice in hand — the disciple who rested against Jesus at the Last Supper.

One pointed to Him from afar; the other leaned against Him. Two ways of belonging to Christ.

Halte 9 · boven het priesterkoorStop 9 · above the sanctuary

Jacobus de Meerdere & JozefJames the Greater & Joseph

Hier staat de patroon van deze kerk: Jacobus de Meerdere, met pelgrimsstaf — de apostel naar wie miljoenen pelgrims tot op vandaag op weg gaan, naar Santiago de Compostela. Wie deze kerk binnenloopt met oortjes in en een telefoon in de hand, is in goed gezelschap: ook dit is een pelgrimage, in het klein.

Naast hem Jozef, de stille rechtvaardige, die het Kind droeg en beschermde.

Here stands the patron of this church: James the Greater, with his pilgrim’s staff — the apostle to whom millions of pilgrims still walk today, to Santiago de Compostela. Whoever walks through this church with earphones in and a phone in hand is in good company: this too is a pilgrimage, in miniature.

Beside him Joseph, the quiet righteous man, who carried and protected the Child.

Halte 9 · boven het priesterkoorStop 9 · above the sanctuary

H. Hart van Jezus & H. Hart van MariaSacred Heart of Jesus & Heart of Mary

Het middelste raam, recht boven het altaar: Jezus en Maria, elk met het hart zichtbaar op de borst. Het Heilig Hart van Jezus, brandend van liefde voor de mensen; het Onbevlekt Hart van Maria, dat ‘al deze woorden bewaarde en overwoog’.

Precies boven de plek waar bijna honderdvijftig jaar lang dagelijks de eucharistie wordt gevierd. Wie voor het altaar staat en omhoog kijkt, ziet waar het hier ten diepste om gaat: een hart dat zich geeft.

The middle window, directly above the altar: Jesus and Mary, each with the heart visible on their breast. The Sacred Heart of Jesus, burning with love for humankind; the Immaculate Heart of Mary, who ‘kept all these things, pondering them in her heart’.

Directly above the place where, for almost a hundred and fifty years, the Eucharist has been celebrated daily. Whoever stands before the altar and looks up sees what this place is ultimately about: a heart that gives itself.

Halte 9 · boven het priesterkoorStop 9 · above the sanctuary

Petrus & PaulusPeter & Paul

Petrus en Paulus, de twee pijlers van de kerk, zij aan zij boven het koor. Petrus met het boek van de verkondiging; Paulus met het zwaard — teken van zijn marteldood, maar ook van ‘het zwaard van de Geest: het woord van God’ waarover hij zelf schreef.

De visser en de vervolger. Twee mannen die allebei wisten wat vallen was — en opstaan.

Peter and Paul, the two pillars of the Church, side by side above the choir. Peter with the book of proclamation; Paul with the sword — sign of his martyrdom, but also of ‘the sword of the Spirit: the word of God’ of which he himself wrote.

The fisherman and the persecutor. Two men who both knew what it was to fall — and to rise again.

Halte 9 · boven het priesterkoorStop 9 · above the sanctuary

Willibrordus & BonifatiusWillibrord & Boniface

Twee bisschoppen sluiten de rij: Willibrordus en Bonifatius, de geloofsverkondigers van onze eigen streken. Willibrordus, de Engelse monnik die rond het jaar 700 aan de Noordzeekust het evangelie bracht; Bonifatius, zijn opvolger, die bij Dokkum de marteldood stierf.

Zonder deze twee stond deze kerk hier niet. Het geloof dat hier al bijna honderdvijftig jaar gevierd wordt, kwam ooit te voet, over de zee.

Two bishops close the row: Willibrord and Boniface, the missionaries of our own lands. Willibrord, the English monk who brought the Gospel to the North Sea coast around the year 700; Boniface, his successor, martyred near Dokkum.

Without these two, this church would not stand here. The faith celebrated here for almost a hundred and fifty years once came on foot, across the sea.

Halte 10 · Martelaren-van-GorcumkapelStop 10 · Chapel of the Martyrs of Gorkum

Catharina van AlexandriëCatherine of Alexandria

Volgens de overlevering was zij een kroonprinses die zich vooral bezig hield met filosofie en wetenschap. Haar onderdanen vonden dat zij een passende echtgenoot moest zoeken. Daar stelde zij hoge eisen aan. Toen een kluizenaar haar een afbeelding van Christus liet zien, wou zij Hem als levenspartner. Zij ontving geloofsonderricht en liet zich dopen. In een droomvisioen werd zij door het kind Jezus ontvangen en stak Hij een verlovingsring aan haar vinger.

Een plaatselijke heidense heerser kwam vragen naar haar hand, maar zij wees hem af. Dat was zijn eer te na. Hij huurde de vijftig beste filosofen in om haar ervan te overtuigen dat de Romeinse goden beter waren dan die vage partner van haar. Het omgekeerde gebeurde. Zij overtuigde de filosofen van Christus’ waarheid, en zij bekeerden zich tot Christus. Tot woede van de heerser. Hij liet ze alle vijftig ombrengen. Hij begon Catharina te dreigen met straffen en martelingen, als ze niet toegaf. Dat deed ze niet. Hij liet haar op een schoepenrad binden. Maar op haar gebed brak het houten rad krakend uit elkaar.

Vandaar dat Catharina wordt afgebeeld met een wiel of rad in de hand. En met een zwaard, het instrument waarmee ze tenslotte door die heerser zelf ter dood werd gebracht.

Catharina was verloofd met Christus.

Symbolische aanduiding van haar band met Christus of beter: van Christus’ band met haar. Hoe zou ik mijn band met Christus, of liever: Christus’ band met mij weergeven?

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.08.20]

According to tradition she was a crown princess who devoted herself above all to philosophy and learning. Her subjects felt she ought to look for a suitable husband. She set high standards for that. When a hermit showed her an image of Christ, she wanted Him as her partner for life. She received instruction in the faith and was baptised. In a dream vision she was received by the child Jesus, who placed an engagement ring on her finger.

A local pagan ruler came to ask for her hand, but she refused him. That wounded his pride. He hired the fifty best philosophers to convince her that the Roman gods were better than that vague partner of hers. The opposite happened. She convinced the philosophers of Christ's truth, and they converted to Christ. To the fury of the ruler. He had all fifty of them put to death. He began to threaten Catherine with punishments and tortures if she would not give in. She did not. He had her bound to a spiked wheel. But at her prayer the wooden wheel broke apart with a crack.

That is why Catherine is depicted with a wheel in her hand. And with a sword, the instrument with which she was finally put to death by that ruler himself.

Catherine was betrothed to Christ.

A symbolic expression of her bond with Christ — or rather, of Christ's bond with her. How would I portray my bond with Christ, or rather, Christ's bond with me?

[ca 1900, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.08.20]

Halte 10 · Martelaren-van-GorcumkapelStop 10 · Chapel of the Martyrs of Gorkum

Barbara van NicomediëBarbara of Nicomedia

Het verhaal van Sint Barbara bespraken we bij het andere raam waar zij op staat (zie Beeldmeditatie nr 412). Zij is beschermheilige van bergbouwers en tunnelgravers, vooral in Duits sprekende gebieden. Dat heeft te maken met de legende dat zij aan de dood ontsnapte doordat een berg haar in zich opnam en verborg voor haar vader die op haar dood uit was. Vandaar dat tunnelboormachines bij de aanvang van het werk gezegend worden onder aanroeping van haar voorspraak. Soms steken berg- of tunnelbouwers een kaars of lamp aan om Sint Barbara’s bescherming af te smeken. Verwant hiermee is haar verering onder de mijnwerkers.

Haar voorspraak wordt vooral ingeroepen tegen een onverwachte dood. Dat geldt natuurlijk voor allen die ondergronds werken. Met name als zij daarbij gebruik maken van springstoffen. Zo is zij ook patrones van mijnopruimers en vuurwerkmakers. Vandaar ook van gebruikers van vuurwapens, van artilleristen, van kanonniers, schutters, soldaten, van de militaire stand, wapenmakers en vandaar ook van metaalgieters in het algemeen.

Zo wordt zij patrones van allerlei beroepen die met (onvoorziene) dood te maken hebben, zoals brandweerlieden. Maar ook van doodgravers,. Heel wat katholieke begraafplaatsen, kerkhofkapellen en crematoria zijn naar Sint-Barbara genoemd.

Barbara wordt in de christelijke kunst van oost en west geregeld afgebeeld tezamen met Catharina van Alexandrië, zoals ook hier. Ze hebben hier wel wat van tweelingzusjes: het is leuk om alle overeenkomsten na te gaan die de kunstenaar aan beide martelaressen heeft meegegeven.

In het westen symboliseren deze twee heiligen het kloosterleven: Catharina het contemplatieve of beschouwende. Dat komt misschien, omdat zij volgens de legende met Christus verloofd was: bruid van Christus. Barbara vertegenwoordigt van de weeromstuit het actieve of apostolische kloosterleven.

En ik? Ben ik meer een bidder of een doener? Allebei is goed, zoals je ziet.

Ken ik mensen die onlangs of langer geleden onverwacht gestorven zijn, en die ik dus aan de voorspraak van Sint Barbara zou willen aanbevelen?

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.08.20]

The story of Saint Barbara was discussed at the other window on which she appears (see image meditation no. 412). She is the patron saint of mountain builders and tunnel diggers, especially in German-speaking regions. This goes back to the legend that she escaped death when a mountain took her into itself and hid her from her father, who was intent on killing her. That is why tunnel-boring machines are blessed at the start of the work with an invocation of her intercession. Sometimes mountain or tunnel builders light a candle or lamp to implore Saint Barbara's protection. Related to this is her veneration among miners.

Her intercession is invoked above all against a sudden, unexpected death. That applies, of course, to all who work underground. Especially when they work with explosives. So she is also the patroness of mine-clearers and fireworks makers. And from there of users of firearms, of artillerymen, of gunners, marksmen, soldiers, of the military profession, of weapon makers, and hence of metal founders in general.

Thus she became the patroness of all kinds of professions that have to do with (unforeseen) death, such as firefighters. But also of gravediggers. Quite a few Catholic cemeteries, cemetery chapels and crematoria are named after Saint Barbara.

In the Christian art of both East and West, Barbara is regularly depicted together with Catherine of Alexandria, as she is here. Here they look rather like twin sisters: it is enjoyable to trace all the similarities the artist has given the two martyrs.

In the West these two saints symbolise the monastic life: Catherine the contemplative life. That may be because, according to the legend, she was betrothed to Christ: a bride of Christ. Barbara, by contrast, represents the active or apostolic religious life.

And I? Am I more of a pray-er or a doer? Both are good, as you can see.

Do I know people who died unexpectedly, recently or longer ago, whom I would want to commend to the intercession of Saint Barbara?

[ca 1900, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.08.20]

Halte 11 · Martelaren-van-GorcumkapelStop 11 · Chapel of the Martyrs of Gorkum

Matthias, apostelMatthias the Apostle

Matthias is afgebeeld met een baard, teken van wijsheid. In zijn linkerhand draagt hij het evangelieboek dat hij als apostel heeft verkondigd. In zijn rechter: een bijl, het werktuig waarmee hij omwille van het evangelie de marteldood heeft ondergaan.

Hij is gekleed in een lichtblauw ondergewaad, kleur van de hemel, en een groene mantel, kleur van de hoop, met paarse voering, kleur van de bezinning. Hij staat op blote voeten, in de kunst het symbool van het volgen van Jezus.

Over Matthias horen we voor het eerst in de Handelingen van de Apostelen. Jezus is teruggekeerd naar de Vader in de hemel. Nu staan de leerlingen voor de opgave zijn opdracht over te nemen. Eén van hen, Judas, heeft Jezus verraden en vervolgens zelfmoord gepleegd. Het eerste wat ze doen is een opvolger voor hem aanwijzen. De kandidaten moeten aan zeer bepaalde voorwaarden voldoen. Petrus, die de leiding neemt, formuleert het als volgt:

"Dus moet één van de mannen die tot ons gezelschap behoorden gedurende de tijd dat de Heer onder ons verkeerde, te beginnen bij het doopsel van Johannes tot de dag waarop Hij van ons werd weggenomen, met ons een getuige worden van zijn verrijzenis."

Men stelde er twee voor: Josef, ook Barsabbas geheten, bijgenaamd Justus (= de rechtvaardige), en Matthias. Toen baden zij als volgt: "Gij Heer, die aller harten kent, wijs degene aan die Gij van deze twee hebt uitverkoren om de plaats te bezetten in dit dienstwerk en apostelambt, waaraan Judas ontrouw werd om heen te gaan naar zijn eigen plaats."

Toen liet men hen loten en het lot viel op Matthias. Hij werd toegevoegd aan de groep van de elf apostelen.'

[Handelingen der Apostelen 01,21-26]

Voor zover wij weten is hij de enige in de kerkgeschiedenis die door het lot is aangewezen. Dat kwam, aldus de traditie, omdat de Heilige Geest nog niet op de apostelen was neergedaald. Dat wordt immers verteld in het volgende hoofdstuk van de Handelingen. Na Pinksteren worden kerkelijke ambtsdragers uitgekozen door benoeming.

Kijkend naar Matthias vraag ik mij af voor welke taak ik de aangewezen man ben, het lot uit de loterij, al of niet binnen de geloofsgemeenschap.

[ca 1895, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.08.20]

Matthias is depicted with a beard, a sign of wisdom. In his left hand he carries the gospel book he proclaimed as an apostle. In his right: an axe, the instrument with which he suffered martyrdom for the sake of the gospel.

He is dressed in a light-blue undergarment, the colour of heaven, and a green cloak, the colour of hope, with purple lining, the colour of reflection. He stands barefoot, in art the symbol of following Jesus.

We hear of Matthias for the first time in the Acts of the Apostles. Jesus has returned to the Father in heaven. Now the disciples face the task of taking over his mission. One of them, Judas, has betrayed Jesus and then taken his own life. The first thing they do is appoint a successor for him. The candidates must meet very specific conditions. Peter, who takes the lead, puts it like this:

"So one of the men who belonged to our company during the whole time that the Lord moved among us, beginning from the baptism of John until the day He was taken up from us, must become with us a witness to his resurrection."

Two were proposed: Joseph, also called Barsabbas, surnamed Justus (= the just), and Matthias. Then they prayed as follows: "You, Lord, who know the hearts of all, show which of these two You have chosen to take the place in this ministry and apostleship from which Judas turned away to go to his own place."

Then they cast lots, and the lot fell on Matthias. He was added to the group of the eleven apostles.

[Acts of the Apostles 1:21-26]

As far as we know, he is the only one in the history of the church to have been appointed by lot. That was, according to tradition, because the Holy Spirit had not yet descended upon the apostles. That, after all, is told in the next chapter of Acts. After Pentecost, holders of church office are chosen by appointment.

Looking at Matthias, I ask myself for which task I am the appointed one, the winning ticket in the lottery, whether within the community of faith or beyond it.

[ca 1895, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.08.20]

Halte 11 · Martelaren-van-GorcumkapelStop 11 · Chapel of the Martyrs of Gorkum

Keizer Henricus IIEmperor Henry II

Hij is afgebeeld in een rood gewaad, kleur van de liefde en de Geest. Hij draagt een gouden kroon op het hoofd en een scepter in de rechterhand. In de linkerhand heeft hij het model van de door hem gestichte domkerk van de Zuid-Duitse stad Bamberg.

Een heilige keizer! Hoe vaak kom je dat tegen?

Hij was opgeleid door de heilige bisschop Wolfgang van Regensburg († 994; feest 31 oktober). Hij was ruim veertig jaar oud, toen hij door de paus tot keizer werd gekroond. Intussen was hij getrouwd met Kunigonde. Maar hun huwelijk bleef kinderloos. Mede daardoor kon hij veel aandacht besteden aan het geloofsleven van zijn onderdanen, aan een serieuze levenswijze van de geestelijken en aan de bevordering van het kloosterleven. Met gulle hand stelde hij geld en goed beschikbaar voor de bevordering van het kerkelijk leven. Zo trad hij toe tot de oblaten van de benedictijner orde: dat zijn leken die beloven in hun thuissituatie te leven volgens de regel van Benedictus.

Met Kunigonde ligt hij begraven in ‘zijn’ domkerk te Bamberg. Zijn grafmonument is gebeeldhouwd door de beroemde beeldensnijder Tilman Riemenschneider en trekt tot op de dag van vandaag vele bewonderaars.

Kijkend naar Henricus vraag ik mij af wat ik ervoor over heb om de zaak van God en het geloof te dienen.

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.04]

He is depicted in a red robe, the colour of love and of the Spirit. He wears a golden crown on his head and holds a sceptre in his right hand. In his left hand he has a model of the cathedral he founded in the South German city of Bamberg.

A holy emperor! How often do you come across that?

He was educated by the holy bishop Wolfgang of Regensburg († 994; feast day 31 October). He was over forty years old when he was crowned emperor by the pope. By then he was married to Cunigunde. But their marriage remained childless. Partly because of this, he was able to devote much attention to the faith life of his subjects, to a serious way of life among the clergy, and to the promotion of monastic life. With a generous hand he made money and goods available for the advancement of church life. He even joined the oblates of the Benedictine order: lay people who promise to live according to the Rule of Benedict in their own home circumstances.

He lies buried with Cunigunde in 'his' cathedral at Bamberg. His tomb monument was carved by the famous sculptor Tilman Riemenschneider and draws many admirers to this day.

Looking at Henry, I ask myself what I am willing to give to serve the cause of God and the faith.

[ca 1900, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.04]

Halte 12 · noordertranseptStop 12 · north transept

Martinus van ToursMartin of Tours

Martinus is afgebeeld als bisschop: met mijter en staf. In de krul van de staf een eikenblad, symbool van vruchtbaarheid en kracht. Hij heeft dan ook onvermoeibaar het evangelie gepreekt in het zuidwesten van het huidige Frankrijk. Vandaar dat de kunstenaar hem het evangelieboek in de rechterhand geeft. Ten overvloede duidt de wijsvinger van de linkerhand op dat boek. Hij was de eerste bisschop die zijn bisdom in parochies onderverdeelde. Hij trok er op uit om de mensen op te zoeken in de meest afgelegen dorpjes en gehuchten. Tot op hoge leeftijd. Hij was over de tachtig, toen hij tijdens een visitatiereis door zijn bisdom, ernstig ziek werd. Hij bevond zich in het plaatsje Candes op een kleine vijftig kilometer van zijn bisschopstad Tours. Hij was op, en verlangde ernaar te sterven. Maar zijn priesters en diakens smeekten hem hen niet te verlaten. Zo was zijn laatste gebed: ‘Als het moet Heer, ga ik het karwei niet uit de weg (non recuso laborem).’

Opvallend is de doek over de hand die het evangelieboek vasthoudt. Teken van eerbied. Maar die doek kan ook verwijzen naar een moment aan het begin van zijn gelovige leven. Hij was toen zelfs nog niet gedoopt; had nog maar pas gehoord over Jezus. Hij diende als soldaat in de buurt van de Franse stad Amiens. Het was een bitter koude winter. In de stadspoort zat een verkleumde bedelaar met nauwelijks kleren aan zijn lijf. Maar Martinus had al wat hij bezat onderweg al weggegeven aan de armen. Hij trok zijn soldatenmantel uit en sneed die met één houw van zijn zwaard in tweeën. Eén deel gaf hij aan de bedelaar; het andere stuk sloeg hij zelf weer om. De nacht daarop droomde Martinus. Hij zag Christus, nogal vreemd aangekleed. Die droeg namelijk die halve mantel van de bedelaar van die middag. En Christus zei tegen de hemelbewoners rondom Hem: ‘Zien jullie Martinus? Hij is nog maar pas geloofsleerling. En hij weet al: wat je doet voor de minste mensen: dat doe je eigenlijk aan Mij.’

‘Ik ga het karwei niet uit de weg’, is Martinus’ lijfspreuk geworden. Is die ook op mij van toepassing. Of welke lijfspreuk zou ik kiezen?

[ca 1895, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.08.20]

Martin is depicted as a bishop: with mitre and crozier. In the curl of the crozier an oak leaf, symbol of fruitfulness and strength. And indeed he preached the gospel tirelessly in the southwest of present-day France. That is why the artist has placed the gospel book in his right hand. For good measure, the index finger of his left hand points to that book. He was the first bishop to divide his diocese into parishes. He went out to seek people in the most remote villages and hamlets. Until well into old age. He was over eighty when, during a visitation journey through his diocese, he fell seriously ill. He was in the small town of Candes, some fifty kilometres from his episcopal city of Tours. He was worn out and longed to die. But his priests and deacons begged him not to leave them. And so his last prayer was: 'If I must, Lord, I will not shirk the work (non recuso laborem).'

Striking is the cloth over the hand that holds the gospel book. A sign of reverence. But that cloth may also refer to a moment at the beginning of his life of faith. At that time he was not even baptised; he had only just heard about Jesus. He was serving as a soldier near the French city of Amiens. It was a bitterly cold winter. In the city gate sat a freezing beggar with hardly any clothes on his body. But Martin had already given away everything he owned to the poor along the way. He took off his soldier's cloak and cut it in two with a single stroke of his sword. One half he gave to the beggar; the other piece he wrapped around himself again. The following night Martin had a dream. He saw Christ, rather strangely dressed. For He was wearing that half cloak of the beggar from that afternoon. And Christ said to the inhabitants of heaven around Him: 'Do you see Martin? He is still only a catechumen. And already he knows: what you do for the least of people, you really do for Me.'

'I will not shirk the work' became Martin's motto. Does it apply to me too? Or what motto would I choose?

[ca 1895, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.08.20]

Halte 12 · noordertranseptStop 12 · north transept

Margaretha van AntiochiëMargaret of Antioch

Margareta heeft omwille van Jezus de marteldood ondergaan. Dat is zeker. Al het andere dat over haar verteld wordt, berust op legende, en weerspiegelt meer de vrome opvatting van de verteller, dan de ware toedracht der gebeurtenissen. Toch hebben die legenden het gelovige en culturele leven van de christenen diepgaand beïnvloed. Daarvan is de afbeelding van Margareta een voorbeeld.

In de rechterhand heeft ze een kruisbeeld. De legende vertelt:

Ze was vijftien, toen zij werd opgemerkt door de stadsprefect Olibrius. Onmiddellijk was hij smoorverliefd op haar. En beval zijn dienaren: "Ga dat meisje voor me ophalen."

Het meisje werd voor hem geleid. Nu ondervroeg hij haar. Zij gaf te kennen dat zij Margareta heette en christen was. Waarop de prefect antwoordde: "Geloof jij in een gekruisigde als God...!?" Omdat zij dus niet op zijn avances wenste in te gaan, liet de prefect, geïrriteerd als hij was, haar in de gevangenis werpen.

Margareta bleef trouw aan Christus, en wees Olibrius af. Ook door de gruwelijke folteringen die hij haar aandeed, liet zij zich niet van de wijs brengen.

In de gevangenis bad Margareta tot de Heer, of hij haar eens in zichtbare vorm de vijand wilde laten zien, waartegen zij te vechten had. Onmiddellijk verscheen er een gruwelijke draak die zich op haar wilde werpen om haar te verslinden. Vlug maakte zij het kruisteken en de draak was verdwenen. Een andere legende weet te vertellen, dat de draak haar hoofd al in zijn muil had, toen zij het kruisteken maakte; daarop schrompelde het gedrocht volkomen ineen, en kwam zij er ongedeerd uit tevoorschijn.

Inderdaad zien we op de afbeelding een ineengeschrompeld gedrocht aan Margareta’s voeten.

Kijkend naar Margareta vraag ik mij af: welke monsters heb ik te bestrijden in mijn (gelovig) leven?

[ca 1895, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.04]

Margaret suffered martyrdom for the sake of Jesus. That much is certain. Everything else told about her rests on legend, and reflects the pious outlook of the storyteller more than the true course of events. Yet those legends have deeply influenced the religious and cultural life of Christians. The image of Margaret is an example of that.

In her right hand she holds a crucifix. The legend tells:

She was fifteen when she caught the eye of the city prefect Olibrius. He fell head over heels in love with her at once. And he ordered his servants: "Go and fetch that girl for me."

The girl was brought before him. He then questioned her. She declared that her name was Margaret and that she was a Christian. To which the prefect replied: "You believe in a crucified man as God...!?" Because she refused to yield to his advances, the prefect, irritated as he was, had her thrown into prison.

Margaret remained faithful to Christ, and rejected Olibrius. Even the gruesome tortures he inflicted on her could not shake her.

In prison Margaret prayed to the Lord to let her see, just once, in visible form, the enemy she had to fight. Immediately a horrible dragon appeared, which wanted to throw itself upon her and devour her. Quickly she made the sign of the cross, and the dragon vanished. Another legend has it that the dragon already had her head in its jaws when she made the sign of the cross; whereupon the monster shrivelled up completely, and she emerged from it unharmed.

And indeed, in the image we see a shrivelled monster at Margaret's feet.

Looking at Margaret, I ask myself: what monsters do I have to fight in my life (of faith)?

[ca 1895, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.04]

Halte 12 · noordertranseptStop 12 · north transept

Johanna van ValoisJoan of Valois

Johanna van Valois (1464–1505) is tweemaal in deze kerk afgebeeld: hier in het noordertransept als gekroonde koningsdochter, en in de zuidbeuk (halte 2) als stichteres van de Annonciaden. De meditatie van pater Van den Akker hoort bij beide ramen.

Zij was een prinses. Want zij was een dochter van koning Lodewijk xi van Frankrijk († 1483). Maar zij was mismaakt en lelijk. Ze werd opgedrongen aan haar neef, hertog Lodewijk van Orléans. Deze trouwde dus met haar. Maar voor het overige leefden de twee gescheiden. Want met zo’n lelijk mens wilde de hertog niet gezien worden. Al helemaal niet, toen hij de koning moest opvolgen onder de naam Lodewijk XII.

Zo werd Jeanne eenvoudig verstoten.

Zij trok zich terug op een kasteel in de Franse stad Bourges. Ze wilde niet vervallen in een leven van verbittering en teleurstelling. Op de afbeelding in het raam zien we hoe ze haar oog gericht houdt op het kruis van Jezus. Ook Hij liet zich niet leiden door wrok, maar bad op het kruis om vergeving voor zijn beulen.

Ze begon het leven te leiden van een kloosterzuster, weergegeven door het zusterhabijt en de rozenkrans in haar hand. Zij vroeg in haar gebed een mens te worden van de liefde, en ging er herhaaldelijk op uit om voedsel en kleding te brengen bij de armen in de buurt. Andere adellijke dames sloten zich bij haar aan. Uiteindelijk werden ze zelfs een officiële kloosterorde; de zusters noemden zich naar Maria Boodschap (‘Annunciatie’): de Annonciaden. Vanaf dat moment noemde prinses Jeanne zich zuster Gabrièle-Marie. Haar naam herinnert aan de aarstengel Gabriël, die aan Maria de Blijde Boodschap kwam brengen dat zij de moeder van Jezus zou worden.

Kijkend naar haar afbeelding ga ik na hoe ik omga met teleurstelling en pijn die mij wordt aangedaan. En of ook ik kan bidden dat God mij maakt tot een boodschapper van de liefde.

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.08.21]

Joan of Valois (1464–1505) is depicted twice in this church: here in the north transept as a crowned king’s daughter, and in the south aisle (stop 2) as foundress of the Annonciades. Father Van den Akker’s meditation belongs to both windows.

She was a princess. For she was a daughter of King Louis XI of France († 1483). But she was deformed and plain. She was forced upon her cousin, Duke Louis of Orléans. He duly married her. But apart from that, the two lived separate lives. For the duke did not want to be seen with so unattractive a person. Least of all when he had to succeed to the throne under the name Louis XII.

And so Jeanne was simply cast aside.

She withdrew to a castle in the French city of Bourges. She did not want to sink into a life of bitterness and disappointment. In the image in the window we see how she keeps her eye fixed on the cross of Jesus. He too did not let himself be governed by resentment, but on the cross prayed for forgiveness for his executioners.

She began to live the life of a religious sister, represented by the sister's habit and the rosary in her hand. In her prayer she asked to become a person of love, and went out again and again to bring food and clothing to the poor of the neighbourhood. Other noble ladies joined her. In the end they even became an official religious order; the sisters named themselves after the Annunciation: the Annonciades. From that moment on, Princess Jeanne called herself Sister Gabrièle-Marie. Her name recalls the archangel Gabriel, who came to bring Mary the glad tidings that she would become the mother of Jesus.

Looking at her image, I consider how I deal with disappointment and with the pain that is done to me. And whether I too can pray that God will make me a messenger of love.

[c. 1900, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.08.21]

Halte 12 · noordertranseptStop 12 · north transept

Petrus, apostelPeter the Apostle

Petrus heeft in zijn rechterhand het evangelieboek. In de linkerhand de sleutel van het koninkrijk. Dat had immers Jezus tegen hem gezegd: ‘Ik zal je de sleutels geven van het Rijk der Hemelen…’ (Matteus 16,19), een gigantische verantwoordelijkheid. En dat voor iemand die, toen het moeilijk werd, Jezus drie maal verloochende. Over die lafheid heeft Petrus intens verdriet gehad. Jezus heeft het hem vergeven. Zo wist Petrus uit eigen ervaring wat het was om kwijtschelding van zonden te krijgen. Nu zou hij het - als hoofd van Jezus’ geloofsgemeenschap - des te hartelijker aan anderen kunnen doorgeven.

Petrus staat op blote voeten. In de kunst staat dat symbool voor het volgen van Jezus of het gaan van Gods weg. Hij is ook te herkennen aan zijn rond geschoren witte baard en hoofdhaar. Volgens de overlevering moest hij in Antiochië de schande dragen dat hem het haar boven op het hoofd werd afgeknipt. Sindsdien is het gebruikelijk dat alle priesters een ‘tonsuur’ ondergaan, vooraf aan de priesterwijding. Een plukje hoofdhaar wordt afgeschoren, zodat er tussen God en het verstand van de priester geen enkele hindernis zit, en zeker niet de ijdelheid van een mooie haardracht. Aldus een middeleeuws legendeboek.

Hoe zit het met mijn ijdelheid?

En heb ik al eens ervaren wat het is om vergeving te ontvangen? Zodat ik die weldaad ook kan doorgeven aan anderen?

Als je ‘sleutel’ symbolisch verstaat: welke sleutels zijn aan mij toevertrouwd? Waar geven zij toegang toe? En gééf ik die toegang ook?

[ca 1895, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.03]

Peter holds the gospel book in his right hand. In his left, the key of the kingdom. For Jesus had said to him: 'I will give you the keys of the Kingdom of Heaven...' (Matthew 16:19), an immense responsibility. And that for someone who, when things became difficult, denied Jesus three times. Peter grieved intensely over that cowardice. Jesus forgave him. So Peter knew from his own experience what it was to receive forgiveness of sins. Now, as head of Jesus' community of faith, he could pass it on to others all the more warmly.

Peter stands barefoot. In art this symbolises following Jesus, or walking God's way. He can also be recognised by his round-trimmed white beard and hair. According to tradition, in Antioch he had to bear the shame of having the hair on the top of his head cut off. Since then it has been customary for all priests to undergo a 'tonsure' before priestly ordination. A small tuft of hair is shaved off, so that between God and the priest's mind there is no obstacle whatsoever, and certainly not the vanity of a handsome head of hair. So says a medieval book of legends.

How do things stand with my vanity?

And have I ever experienced what it is to receive forgiveness? So that I can pass that blessing on to others?

If you take 'key' symbolically: which keys have been entrusted to me? What do they give access to? And do I actually grant that access?

[ca 1895, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.03]

Halte 13 · noordbeukStop 13 · north aisle

Gabriël, aartsengelGabriel the Archangel

Op afbeeldingen is een engel herkenbaar aan zijn vleugels. Of dat in het echt ook zo is? Engelen brengen boodschappen over: van God naar de mensen en van de mensen naar God. Omdat gelovigen zich God voorstellen hoog boven hen ‘in de hemel’ heb je vleugels nodig… Vandaar.

Gabriël behoort tot de zeven aartsengelen. In het Oudtestamentische Bijbelboek Tobit (2,15) wordt verteld hoe de jonge Tobit op zijn levensweg wordt vergezeld door een reisgenoot die zich aan het eind van het verhaal openbaart als de aartsengel Rafaël: “Ik ben Rafaël, een van de zeven engelen die in de nabijheid van de troon van de Heer verkeren.”

Drie van hen worden in de bijbel met name genoemd: Michaël, Gabriëlen Rafaël. De vier anderen zijn ons bekend via buitenbijbelse bronnen: Uriël, Berachiël, Jehudiël en Shealtiël.

Lukas vertelt dat Gabriël naar de priester Zacharias ging. Deze deed juist dienst in de temel van Jeruzalem. Hij beloofde hem een zoon, terwijl hij en zijn vrouw Elisabet hoogbejaard waren. Ze hadden er al niet meer op gerekend. Maar toch…!

Zes maanden later ging Gabriël naar een meisje in het dorpje Nazaret, Maria. De tekstband op de afbeelding toont de woorden die hij uitsprak: ‘Ave Maria gratia…’ Dat is de Latijnse vertaling van de woorden, waarmee hij Maria de blijde boodschap (‘evangelie’) ging brengen: ‘Wees gegroet Maria, vol van genade. De Heer is met u.’ Zij schrok van dat woord en vroeg zich af, wat die groet toch wel kon betekenen. Maar de engel zei tot haar: ‘Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, die gij de naam Jezus moet geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.’ Maria echter sprak tot de engel: ‘Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?’ Hierop gaf de engel haar ten antwoord: ‘De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God. Weet, dat zelfs Elisabet, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk.’ (Let op de vinger van Gabriëls rechterhand!) Nu zei Maria: ‘Zie, ik ben het dienstmeisje van de Heer; laat Hij met mij doen zoals Hij wil.’ En de engel ging van haar heen.

Kijkend naar Gabriël vraag ik mij af, of ik iets heb van een engel. Breng ik noden van mensen voor God? Of breng ik boodschappen van Gods goedheid over aan mensen?

[ca 1895, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.29]

In images an angel can be recognised by his wings. Whether that is also true in reality? Angels carry messages: from God to human beings and from human beings to God. Since believers imagine God high above them 'in heaven', you need wings... Hence.

Gabriel belongs to the seven archangels. In the Old Testament book of Tobit (2:15) we are told how the young Tobias is accompanied on his life's journey by a travelling companion who, at the end of the story, reveals himself as the archangel Raphael: "I am Raphael, one of the seven angels who stand in the presence of the throne of the Lord."

Three of them are named in the Bible: Michael, Gabriel and Raphael. The other four are known to us through sources outside the Bible: Uriel, Barachiel, Jehudiel and Sealtiel.

Luke tells that Gabriel went to the priest Zechariah, who was just then serving in the temple of Jerusalem. He promised him a son, although he and his wife Elizabeth were of advanced age. They had long since given up hope. And yet...!

Six months later Gabriel went to a girl in the little village of Nazareth, Mary. The scroll in the image shows the words he spoke: 'Ave Maria gratia...' That is the Latin rendering of the words with which he came to bring Mary the glad tidings ('gospel'): 'Hail Mary, full of grace. The Lord is with you.' She was startled by these words and wondered what this greeting could mean. But the angel said to her: 'Do not be afraid, Mary, for you have found favour with God. Behold, you will conceive and bear a son, and you must give Him the name Jesus. He will be great and will be called Son of the Most High. The Lord God will give Him the throne of his father David, and He will be king over the house of Jacob forever, and of his kingdom there will be no end.' But Mary said to the angel: 'How shall this be, since I have no relations with a man?' To this the angel replied: 'The Holy Spirit will come upon you and the power of the Most High will overshadow you; therefore the child to be born will be called holy, the Son of God. Know that even Elizabeth, your kinswoman, has conceived a son in her old age, and she who was called barren is now in her sixth month; for with God nothing is impossible.' (Note the finger of Gabriel's right hand!) Then Mary said: 'Behold, I am the handmaid of the Lord; let Him do with me as He wills.' And the angel departed from her.

Looking at Gabriel, I ask myself whether there is something of an angel in me. Do I bring the needs of people before God? Or do I carry messages of God's goodness to people?

[ca 1895, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.29]

Halte 13 · noordbeukStop 13 · north aisle

Michaël, aartsengelMichael the Archangel

De naam ‘Micha-ël’ betekent: ‘Wie is als God?’ Net als alle engelen wordt Michaël afgebeeld met twee reusachtige vleugels. Het woord ‘engel’ is afgeleid van het Griekse woord ‘angelos’: betekent boodschapper. In de voorstelling van de gelovigen zijn zij het die Gods boodschappen doorsturen naar de mensen, en de gebeden van de mensen doorsturen naar God.

Hij heeft in de rechterhand een zwaard in de vorm van een vlam. Dat heeft te maken met het verhaal van de Zondeval, zoals dat verteld wordt in het 3e hoofdstuk van het eerste Bijbelboek, het zogeheten boek Genesis. Toen Adam en Eva tot zonde waren vervallen, werden ze uit het paradijs verdreven. Vervolgens plaatste God een engel met een vlammend zwaard aan de ingang. Vanouds neemt men aan dat Michaël die engel was.

In de linkerhand heeft hij een weegschaal. Gelovigen veronderstelden dat Michaël de poortwachter was bij het paradijs. Hij had dus ook de opdracht te onderzoeken of een overledene toegelaten kon worden. Hij woog dus de goede daden tegen de kwade daden af. Hij was de zogeheten ‘zielenweger’.

Onder zijn rechtervoet ontwaren we een monsterkop; en achter hem kronkelt een slang. In het laatste boek van de Bijbel, het boek van de Openbaring (of Apokalyps) wordt verteld dat ooit boze engelen in opstand kwamen tegen God. Zij wilden de plaats van God innemen; zij wilden niet dat naastenliefde, barmhartigheid en vergevingsgezindheid het allerhoogste waren. Zij zagen daar liever strijd, eigenbelang, onderdrukking en overheersing.

De goede engelen stonden onder leiding van Michaël. Zij hebben die strijd gewonnen. Vandaar dat Michaël heet: ‘Wie is als God?’ Wie kan Hem evenaren?

Dat het goede uiteindelijk het kwaad overwint, is een geloofsuitspraak. Vaak zie je daar immers in je omgeving nog bitter weinig van.

Herken ik dat het kwade vaak sterker líjkt dan het goede?

Geloof ik dat het goede uiteindelijk het laatste woord zal hebben en dat het kwaad te niet zal worden gedaan? En zo ja, zie ik dan mogelijkheden om in de praktijk ook te laten zien dat ik dat geloof?

[ca 1895, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.29]

The name 'Micha-el' means: 'Who is like God?' Like all angels, Michael is depicted with two enormous wings. The word 'angel' derives from the Greek word 'angelos', meaning messenger. In the imagination of the faithful, angels are the ones who pass God's messages on to human beings, and pass the prayers of human beings on to God.

In his right hand he holds a sword in the shape of a flame. This goes back to the story of the Fall, as told in the third chapter of the first book of the Bible, the book of Genesis. When Adam and Eve had fallen into sin, they were driven out of paradise. God then placed an angel with a flaming sword at the entrance. From ancient times it has been assumed that Michael was that angel.

In his left hand he holds a pair of scales. Believers supposed that Michael was the gatekeeper of paradise. So it was also his task to examine whether a deceased person could be admitted. He weighed the good deeds against the evil ones. He was the so-called 'weigher of souls'.

Under his right foot we make out a monster's head; and behind him coils a serpent. In the last book of the Bible, the book of Revelation (or Apocalypse), it is told that once evil angels rose up in rebellion against God. They wanted to take God's place; they did not want love of neighbour, mercy and forgiveness to be the highest of all. They preferred strife, self-interest, oppression and domination.

The good angels were led by Michael. They won that battle. Hence Michael's name: 'Who is like God?' Who can equal Him?

That good ultimately overcomes evil is a statement of faith. After all, you often see precious little of it in the world around you.

Do I recognise that evil often seems stronger than good?

Do I believe that good will have the last word in the end, and that evil will be undone? And if so, do I see ways to show in practice that I believe this?

[c. 1895, stained glass. Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.29]

Halte 14 · noordbeukStop 14 · north aisle

Franciscus van SalesFrancis de Sales

Hij was afkomstig uit Savoye, Zuid-Frankrijk; en studeerde aanvankelijk rechten. Maar hij wilde liever - tegen de zin van zijn vader - priester worden. Hij ontving de wijding in december 1593, vijfentwintig jaar oud.

Hij meldde zich vrijwillig om zielzorg te gaan doen in de omgeving van Genève. Juist in de streek waar niet lang daarvoor Calvijn zijn centrum had, en waar diens invloed nog altijd heel sterk was. Het overgrote deel van de bevolking was hem dan ook niet bepaald welgezind. Maar door zijn uiterst beminnelijk karakter wist hij velen met vaste, maar zachte hand tot de Katholieke Kerk terug te brengen. Vincentius a Paolo zou ooit van hem zeggen: ‘God moet wel ontzettend goed zijn, als je ziet hoe goed zijn dienaar Franciscus al is…’

In 1602 werd hij benoemd tot bisschop van Genève. Om de problemen niet groter te maken, vestigde hij zich in Annecy. Zijn grootste zorg ging uit naar een intensief persoonlijk gebedsleven van de gelovigen. Dat thema komt in zijn preken, conferenties en brieven onophoudelijk terug. De brieven groeiden uit tot het boek ‘Philothea’, ‘het beminnen van God’, in de dubbelzinnige betekenis van het woord: 1. dat God ons liefheeft; en 2 dat dat ons uitnodigt om Hem lief te hebben. Op de afbeelding heeft hij het boek bij zich. Het boek is bekend geworden onder de titel ‘Introduction à la Vie dévote’ (‘Inleiding op het aan God toegewijde leven’), vooral bedoeld voor leken.

Tezamen met de heilige Jeanne de Chantal stichtte hij de zusters Visitandinnen. Toen bijna tweehonderdvijftig jaar later Don Bosco zijn religieuze congregatie stichtte noemde hij die naar Franciscus: de Salesianen.

Hoe staat het met mijn ‘Filothea’? Ben ik mij ervan bewust hoezeer God mij bemint? En hoe bemin ik Hem terug?

[ca 1895, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.08.20]

He came from Savoy, in the south of France, and at first studied law. But he preferred — against his father's wishes — to become a priest. He was ordained in December 1593, twenty-five years old.

He volunteered for pastoral work in the region around Geneva. This was precisely the area where, not long before, Calvin had had his centre, and where his influence was still very strong. The great majority of the population was therefore anything but well disposed towards him. But through his exceptionally amiable character he managed, with a firm but gentle hand, to bring many back to the Catholic Church. Vincent de Paul would one day say of him: 'How good God must be, when you see how good his servant Francis already is...'

In 1602 he was appointed bishop of Geneva. So as not to make the problems worse, he settled in Annecy. His greatest concern was the intense personal prayer life of the faithful. That theme returns unceasingly in his sermons, conferences and letters. The letters grew into the book 'Philothea', 'the loving of God', in the double sense of the phrase: 1. that God loves us; and 2. that this invites us to love Him in return. In the image he carries the book with him. The book became famous under the title 'Introduction à la Vie dévote' ('Introduction to the Devout Life'), intended above all for lay people.

Together with Saint Jane Frances de Chantal he founded the Visitation Sisters. When, nearly two hundred and fifty years later, Don Bosco founded his religious congregation, he named it after Francis: the Salesians.

How do things stand with my 'Philothea'? Am I aware of how much God loves me? And how do I love Him in return?

[c. 1895, stained glass. Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.08.20]

Halte 14 · noordbeukStop 14 · north aisle

Lidwina van SchiedamLydwine of Schiedam

Op de afbeelding zien we een jonge vrouw. Haar hoofd getooid met rozen. In haar linkerhand heeft ze een kruisbeeld. Aan haar voeten een paar schaatsen. Die werden in haar tijd gemaakt van dierenbotten.

Toen ze vijftien was kwam ze bij het schaatsen op het ijs ten val. Dat werd het begin van een zeer langdurige lijdensweg. Telkens kwamen er weer nieuwe kwalen en ziekteverschijnselen bij. Ze at bijna niets. Wel ging ze geregeld te communie, in die tijd iets uitzonderlijks. De mensen in haar omgeving hadden stellig de indruk dat ze daarvan leefde. Meer had ze niet nodig. Naar het woord van Jezus: ‘Een mens leeft niet van brood alleen, maar van alles wat voortkomt uit de mond van God’ (Matteus 04,04) Ze was een toonbeeld van geduld en verdroeg de soms afschuwelijke pijnen op indrukwekkende wijze. Zij hield daarbij voortdurend haar oog gericht op een afbeelding van Jezus aan het kruis. Hij was haar grote voorbeeld. Wie haar kwam bezoeken stond verwonderd over het feit dat zij vol aandacht kon luisteren, en over de wijze raad die zij wist te geven.

Na een ziekbed van achtendertig jaar stierf ze op 14 april 1433. Omdat haar sterfdag meestal vlak vóór of vlak ná Pasen valt, heeft men haar feest geplaatst op de dag dat ze plechtig werd bijgezet in de kerk van Schiedam: 14 juni.

In de 20e eeuw werd er een boek over haar geschreven met de titel ‘Een bed vol doorns’. Daar hebben de rozen mee te maken: ze symboliseren haar lijden en haar liefde.

Kijkend naar Lidwina probeer ik me te herinneren of ooit een zieke of gehandicapte persoon op mij grote indruk heeft gemaakt.

En hoe ik me gedraag bij pijn of ziekte.

Waarin is Jezus míjn grote voorbeeld?

[ca 1895, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.02]

In the image we see a young woman. Her head is adorned with roses. In her left hand she holds a crucifix. At her feet, a pair of skates. In her day these were made of animal bones.

When she was fifteen she fell while skating on the ice. That was the beginning of a very long road of suffering. Time and again new ailments and symptoms were added. She ate almost nothing. She did, however, receive communion regularly — something exceptional in those days. The people around her had the firm impression that this was what she lived on. She needed nothing more. In the words of Jesus: 'Man does not live by bread alone, but by everything that comes from the mouth of God' (Matthew 4:4). She was a model of patience and bore her sometimes dreadful pains in an impressive way. All the while she kept her eyes fixed on an image of Jesus on the cross. He was her great example. Those who came to visit her were amazed that she could listen so attentively, and at the wise counsel she was able to give.

After a sickbed of thirty-eight years she died on 14 April 1433. Because the day of her death usually falls just before or just after Easter, her feast was placed on the day she was solemnly interred in the church of Schiedam: 14 June.

In the twentieth century a book was written about her with the title 'A bed full of thorns'. That is what the roses are about: they symbolise her suffering and her love.

Looking at Lydwine, I try to remember whether a sick or disabled person has ever made a deep impression on me.

And how I behave when I am in pain or ill.

In what way is Jesus my great example?

[c. 1895, stained glass. Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.02]

Halte 15 · noordbeukStop 15 · north aisle

Barbara van Nicomedië (1895)Barbara of Nicomedia (1895)

Barbara wordt afgebeeld met een toren waarin drie vensters zichtbaar zijn. Zij leefde in de Romeinse tijd op het moment dat er christenvervolgingen aan de gang waren. Haar vader was fervent aanhanger van de Romeinse goden. Hij had een aantrekkelijk huwelijk voor zijn dochter gearrangeerd. Dat was gebruikelijk. Maar zij weigerde. Dat was ongebruikelijk. Zij had zich buiten medeweten van haar vader laten dopen en droomde ervan bruid van Christus te zijn. Daarop duidt de bloemenkrans in haar haar. Maar ongehoorzaamheid tastte het fundament van de samenleving aan; deze was gebaseerd op militaire gehoorzaamheid.

Vader sloot haar op in een toren met twee vensters. Zij verzocht metselaars er drie vensters van te maken. Toen vader om uitleg vroeg, legde zij uit dat die vensters verwezen naar de Vader, de Zoon en de Heilige Geest van haar godsdienst. Dat ging vader te ver.

Hij bracht haar aan. Zij werd ter dood veroordeeld. Op weg naar de plaats van terechtstelling zou zij een gebed hebben gesproken:

"Heer Jezus Christus, U hebt de hemel boven de aarde uitgespreid; U hebt de aarde gegrondvest en de afgronden afgegrendeld; U hebt de zeeën hun grenzen aangewezen; en U hebt aan de schaduwrijke wolken bevolen, dat ze moesten regenen over goeden en slechten; U hebt over de zee gelopen en de storm gestild. Alles is U onderhorig. Sta mij toe waarom ik nu, als Uw nederige dienares, kom vragen: 'Als iemand in uw naam op de naamdag van uw dienares mij in herinnering roept, wil dan geen acht slaan op al diens eventuele zonden en fouten. U weet zelf, dat wij zwakke mensen zijn...'"

Toen klonk daar de stem van de Heer:

"Kom maar hier, mijn liefje, mijn schoonheid. Rust nu maar uit in de vertrekken van je Vader die in de hemel is. En wat je zojuist vroeg: dat zal ik doen."

Volgens de overlevering voltrok vader zelf het vonnis.

De palm wijst erop dat zij de marteldood is gestorven. Eigenlijk is het een overwinningsteken. Zij heeft het kwaad weerstaan en zo - gelovig gezien - de overwinning behaald.

Wij bewonderen haar moed en innerlijke kracht. Ook ik mag daar om vragen in mijn gebed. Zij noemt zich nederige dienares van Christus. En ik? Zou ik mij ook een (nederige?) dienaar van Christus mogen noemen?

Aan haar denken is belangrijker dan de fouten en de zonden die ik bega.

[1895, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.07.22]

Barbara is depicted with a tower in which three windows can be seen. She lived in Roman times, at a moment when persecutions of Christians were under way. Her father was a fervent devotee of the Roman gods. He had arranged an attractive marriage for his daughter. That was customary. But she refused. That was not customary. Without her father's knowledge she had been baptised, and she dreamed of being a bride of Christ. That is what the wreath of flowers in her hair points to. But disobedience struck at the foundation of society, which was based on military obedience.

Her father locked her up in a tower with two windows. She asked the masons to make it three. When her father demanded an explanation, she explained that the windows referred to the Father, the Son and the Holy Spirit of her religion. That was going too far for her father.

He denounced her. She was condemned to death. On the way to the place of execution she is said to have spoken a prayer:

"Lord Jesus Christ, You have spread out the heavens above the earth; You have founded the earth and sealed off the depths; You have set the seas their boundaries; and You have commanded the shadowy clouds to rain on the good and the bad alike; You have walked upon the sea and stilled the storm. All things are subject to You. Grant me what I now come to ask as Your humble servant: 'If anyone, in your name, calls me to mind on the feast day of your servant, then pay no heed to whatever sins and faults they may have. You Yourself know that we are weak human beings...'"

Then the voice of the Lord was heard:

"Come here, my dear one, my beauty. Rest now in the dwelling places of your Father who is in heaven. And what you have just asked: I will do it."

According to tradition, her father carried out the sentence himself.

The palm indicates that she died a martyr's death. It is really a sign of victory. She resisted evil and so — seen with the eyes of faith — won the victory.

We admire her courage and inner strength. I too may ask for these in my prayer. She calls herself a humble servant of Christ. And I? Might I also call myself a (humble?) servant of Christ?

Remembering her matters more than the faults and sins I commit.

[1895, stained glass. Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.07.22]

Halte 15 · noordbeukStop 15 · north aisle

Jozef VoedstervaderJoseph, Foster Father

Vandaag wil ik met u stilstaan bij de rol die Jozef in het kerstverhaal krijgt toebedeeld. Van hem wordt verteld dat hij er over dacht om in stilte van Maria te scheiden. Van oudsher zijn er twee opvattingen over de vraag hoe je deze tekst moet uitleggen. De eerste is de bekendste. Maria bleek zwanger te zijn van een ander, terwijl ze al met Jozef verloofd was. Er was een ander in het spel. Volgens de joodse wet was dat een reden om aan je vrouw een scheidingsbrief mee te geven en uit elkaar te gaan. Omdat Jozef een rechtvaardig man was, wilde hij Maria niet in het openbaar voor schut zetten, hoewel hij daar alle reden voor had. De bijbel gebruikt het woord 'rechtvaardig' voor mensen die de wet van God nakomen, leven volgens de Tora: dus barmhartig zijn en vergevingsgezind. Daarom dacht Jozef erover om haar in stilte een scheidingsbrief te geven. Dat is de eerste opvatting.

Er is echter ook een andere opvatting. Die zegt dat Jozef van het begin af aan in de gaten had dat er met Maria iets bijzonders aan de hand was; dat God met haar bezig was. Hij was immers een rechtvaardige! Hij vermoedde dat God grote dingen deed met Maria zijn aanstaande vrouw. En omdat hij een rechtvaardige was, meende hij dat hij God niet in de weg moest zitten. Hij moest God alle ruimte geven, en dat betekende dat hij die ruimte moest maken door van Maria weg te gaan. Anders zou hij God telkens voor de voeten lopen en Maria maar in opspraak brengen. Persoonlijk is die opvatting mij het liefste. Omdat ze veel eerbiediger is en recht doet aan de toonzetting van het evangelie van Matteus.

Want hoe mooi en gepast Jozefs bescheidenheid ook is, God blijkt hem naast Maria hard nodig te hebben. Hij heeft voor hem ook een rol bedacht, en wel een zeer wezenlijke. Daarom verschijnt er in een droom aan Jozef een engel met de opdracht niet bang te zijn en Maria bij zich te nemen en het kind de naam Jezus te geven.

Op die manier weet het kind aan een wisse dood te ontsnappen. Als Jozef er niet was geweest, of als Jozef geen rechtvaardige was geweest die steeds deed wat God hem zei, dan zou er - aldus het verhaal - helemaal geen redder van het kwaad geweest zijn. Dát is Jozefs rol in Gods plan. God had hem hard nodig om het leven van de toekomstige Messias veilig te stellen. Hij, die van zichzelf dacht dat hij God alleen maar de voor de voeten zou lopen en dus in stilte bij Maria weg te gaan om God alle ruimte te geven: hijzelf bleek die ruimte die God nodig had op onze wereld. God heeft mensen nodig om zijn plannen, zijn kinderen veilig te stellen.

Dat had Jozef in zijn stoutste dromen niet durven denken. Dat hij zo'n wezenlijke rol zou spelen in Gods plannen. En daar mogen wij troost uit putten. Want misschien hebben ook wij soms de indruk dat wij niets voorstellen, en dat onze aanwezigheid op deze wereld van geen enkele belang is. Nou - krijgen we vandaag te horen - daar kon je je wel eens in vergissen. Jij mag dan misschien wel van jezelf een geringe dunk hebben, het zou wel eens kunnen zijn dat jij er bent, omdat God jou nodig heeft in zijn plannen. Als jij een rechtvaardige bent... - iemand die doet wat God zegt: wie weet hoezeer je dan niet hebt bijgedragen aan de plannen die God met ons heeft. Wie weet of - achteraf gezien - het voortbestaan van zijn aanwezigheid in deze wereld ook niet van jou afhing, van u en mij afhangt.

[ca 1895, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobus. Dries van den Akker s.j./2014.07.22]

Today I would like to reflect with you on the role given to Joseph in the Christmas story. We are told that he considered separating from Mary quietly. From of old there have been two views on how this text should be interpreted. The first is the best known. Mary turned out to be pregnant by another, while she was already betrothed to Joseph. Someone else was involved. According to Jewish law this was grounds for giving your wife a letter of divorce and parting ways. Because Joseph was a righteous man, he did not want to expose Mary to public shame, although he had every reason to. The Bible uses the word 'righteous' for people who keep the law of God, who live according to the Torah: who are, in other words, merciful and forgiving. That is why Joseph considered giving her a letter of divorce quietly. That is the first view.

There is, however, another view. It says that Joseph realised from the very beginning that something extraordinary was going on with Mary; that God was at work in her. He was, after all, a righteous man! He suspected that God was doing great things with Mary, his bride-to-be. And because he was a righteous man, he believed he should not stand in God's way. He had to give God all the room He needed, and that meant making that room by leaving Mary. Otherwise he would constantly be getting under God's feet and bringing Mary into disrepute. Personally, this view is the one I prefer. Because it is far more reverent and does justice to the tone of the Gospel of Matthew.

For however beautiful and fitting Joseph's modesty may be, it turns out that God needs him badly at Mary's side. God has devised a role for him too, and a very essential one. That is why an angel appears to Joseph in a dream with the instruction not to be afraid, to take Mary to himself, and to give the child the name Jesus.

In this way the child escapes certain death. If Joseph had not been there, or if Joseph had not been a righteous man who always did what God told him, then — so the story goes — there would have been no saviour from evil at all. That is Joseph's role in God's plan. God needed him badly to safeguard the life of the future Messiah. He, who thought of himself that he would only be getting in God's way and should therefore quietly leave Mary to give God all the room: he himself turned out to be the very room God needed in our world. God needs people to safeguard his plans, his children.

Joseph would never have dared to dream that he would play such an essential role in God's plans. And from this we may draw comfort. For perhaps we too sometimes have the impression that we amount to nothing, and that our presence in this world is of no importance whatsoever. Well — we are told today — you might just be mistaken about that. You may have a low opinion of yourself, but it could well be that you are here because God needs you in his plans. If you are a righteous person — someone who does what God says: who knows how much you have contributed to the plans God has for us. Who knows whether — looking back — the continuation of his presence in this world did not also depend on you, does not depend on you and me.

[c. 1895, stained glass. Netherlands, The Hague, St James's. Dries van den Akker s.j./2014.07.22]

Halte 16 · noordbeukStop 16 · north aisle

Lodewijk de HeiligeSaint Louis

Toen Lodewijk elf jaar was, werd hij officieel koning van Frankrijk. Zo lang hij niet de volwassen leeftijd had bereikt, nam zijn moeder, Blanca van Castilië, als regentes, zijn plaats in. Op zijn twintigste huwde hij met de zes jaar jongere Margareta van de Provence. Ze kregen elf kinderen. Het was een goed huwelijk, al is er sprake van onderlinge meningsverschillen, bijvoorbeeld, omdat Lodewijk weigerde rijke kleren te dragen. Ook zorgde de bemoeizucht van zijn jaloerse moeder herhaaldelijk voor spanning.

Lodewijk regeerde met wijsheid en rechtvaardigheid. Hij bestreed allerlei maatschappelijke en kerkelijke mistoestanden en bevorderde de wetenschap. Hij staat aan de basis van de Sorbonne, de universiteit van Parijs. Hij stichtte veel hospitalen en ziekenhuizen, waar hij soms in eigen persoon bij de verpleging kwam helpen. Net als Elisabeth van Thüringen (naast hem afgebeeld) trad hij toe tot de Derde Orde van Sint-Franciscus. Dat hield in dat hij zich in zijn privéleven liet leiden door de leefregel van de franciscanen. Zo nodigde hij herhaaldelijk arme mensen bij zich aan tafel. Daarmee bracht hij zijn adellijke tafelgenoten in grote verlegenheid; die stelden immers prijs op deftige manieren.

Hij nam deel aan de zesde kruistocht (1248-1250). De bedoeling was het Heilig Land terug te veroveren dat door de Muzelmannen was bezet. Hij werd gevangen genomen en pas vrijgelaten na betaling van een gigantisch losgeld. Op de terugtocht nam hij een kostbare relikwie mee, die hij uit handen van koning Boudewijn van Constantinopel had mogen ontvangen: de doornenkroon van Christus. Om deze een waardige verering te kunnen geven liet hij bij wijze van reliekschrijn in Parijs de Sainte Chapelle bouwen, nog steeds beroemd vanwege haar 13e-eeuwse gebrandschilderde glasvensters.

Rond 1270 ondernam hij nog een tweede kruistocht. Deze had niet de bedoeling het Heilig Land te veroveren, maar richtte zich op de islamitische landen in Noord-Afrika. Tijdens deze onderneming stierf hij aan de pest, ergens in de omgeving van Tunis.

Op de afbeelding draagt hij in zijn rechter hand een scepter als teken van zijn koningschap. Links heeft hij de doornenkroon van Christus.

Ik stel mij voor dat ik zelf koning van mijn land zou zijn. Welke maatregelen zou ik nemen om de rechtvaardigheid te bevorderen?

Maar ik ben de koning niet. Wat doe ik nu in mijn concrete leven om de rechtvaardigheid te bevorderen?

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.22]

When Louis was eleven years old, he officially became king of France. Until he came of age, his mother, Blanche of Castile, took his place as regent. At twenty he married Margaret of Provence, six years his junior. They had eleven children. It was a good marriage, though there were differences of opinion between them — for instance, because Louis refused to wear rich clothes. The meddling of his jealous mother also caused tension time and again.

Louis reigned with wisdom and justice. He fought all kinds of social and ecclesiastical abuses and promoted learning. He stands at the origin of the Sorbonne, the university of Paris. He founded many hospices and hospitals, where he sometimes came to help with the nursing in person. Like Saint Elizabeth of Thuringia (depicted beside him), he joined the Third Order of Saint Francis. This meant that in his private life he let himself be guided by the rule of the Franciscans. Thus he repeatedly invited poor people to his table. This caused his noble table companions great embarrassment; they, after all, set store by refined manners.

He took part in the sixth crusade (1248-1250). The aim was to reconquer the Holy Land, which had been occupied by the Muslims. He was taken prisoner and released only after payment of an enormous ransom. On the journey home he brought with him a precious relic, which he had been permitted to receive from the hands of King Baldwin of Constantinople: the crown of thorns of Christ. To give it worthy veneration he had the Sainte-Chapelle built in Paris as a reliquary shrine — still famous for its thirteenth-century stained-glass windows.

Around 1270 he undertook a second crusade. This one did not aim to conquer the Holy Land, but was directed at the Islamic lands of North Africa. During this undertaking he died of the plague, somewhere near Tunis.

In the image he carries in his right hand a sceptre as a sign of his kingship. On the left he holds the crown of thorns of Christ.

I imagine that I myself were king of my country. What measures would I take to promote justice?

But I am not the king. What do I do now, in my actual life, to promote justice?

[c. 1900, stained glass. Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.22]

Halte 16 · noordbeukStop 16 · north aisle

Elisabeth van ThüringenElisabeth of Thuringia

Elisabeth was een Hongaarse prinses. Op vijfjarige leeftijd werd zij uitgehuwelijkt aan de even oude graaf Ludwig IV van Thüringen. De twee kinderen hadden het goed met elkaar, waren speelkameraadjes. Ze trouwden, toen ze twaalf waren. Maar ze bleven elkaar liefkozend ‘broertje’ en ‘zusje’ noemen. Ze kregen drie kinderen die ze een liefdevolle, gelovige opvoeding gaven.

Elisabeth liet zich door haar kamermeisje midden in de nacht wekken om haar gebeden te doen. Het dienstertje moest in het donker aan haar voeten sjorren. Eens had ze niet Elisabeths voeten vast, maar die van haar man. Hij werd wakker en zei: ‘Je hebt de verkeerde.’ Daarop wekte hij zelf zijn vrouw.

Elisabeth had zorg voor de armen. Vooral toen er hongersnood uitbrak. Wat van de koninklijke tafel overbleef, bracht zij eigenhandig naar het nabij gelegen dorp waar een hospitaaltje was. Haar schoonfamilie en het paleispersoneel moesten er niets van hebben. Vooral schoonmoeder probeerde haar bij haar man in een kwaad daglicht te stellen: ’Ze steelt uit onze voorraadkamers. Wij gaan nog kapot aan de fratsen van je vrouw. Ga haar maar achterna en vraag wat ze bij zich heeft. Je zult nog opkijken.’ Ludwig reed zijn vrouw achterna, en vroeg heel vriendelijk wat ze daar bij zich had in dat dicht geknoopte kleed op haar schoot. Ze opende haar schoot en er kwamen rode roze tevoorschijn...

Ludwig werd opgeroepen deel te nemen aan een kruistocht. Niet lang na zijn afscheid kwam het bericht dat hij omgekomen was. Na de begrafenis veranderde alles voor Elisabeth. Haar schoonmoeder treiterde haar. Tenslotte werd Elisabeth met haar drie kindertjes het paleis uitgezet. Ze kreeg wat geld mee en moest verder maar zien. Ze trok in bij zusters die een gasthuis met hospitaaltje verzorgden, zonder zelf kloosterzuster te worden. Wel besloot ze te gaan leven, zoals Sint Franciscus had gedaan: in eenvoud en armoede. Als lid van zijn Derde Orde. Met goedvinden van de kinderen besteedde ze het geld aan de armen en hield niets voor zichzelf over.

Ze stierf uiteindelijk in grote armoede, geliefd door de mensen voor wie zij zo veel had gedaan ten koste van zichzelf.

De kunstenaar beeldt haar af met een kroon op het hoofd. Maar volgens haar levensverhaal heeft ze die nooit meer gedragen vanaf het moment dat zij met arme mensen omging.

En ik? Welke kroon zou ik af moeten leggen in de omgang met anderen?

We begrijpen waarom ze is weergegeven met rode rozen in haar kleed. Symbolen van liefde. Welk symbool van liefde zou bij mij passen?

Leden van een Derde Orde leven in hun privéomstandigheden volgens de kloosterregel waarvoor zij kiezen: Franciscanen, Dominicanen, Benedictijnen enz..

Hoe zou mijn leven eruit zien, als ik dat ook deed?

[ca 1895, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.07.22]

Elizabeth was a Hungarian princess. At the age of five she was betrothed to Count Ludwig IV of Thuringia, who was the same age. The two children got on well together; they were playmates. They married when they were twelve. But they went on affectionately calling each other 'little brother' and 'little sister'. They had three children, whom they raised with love and faith.

Elizabeth had her chambermaid wake her in the middle of the night to say her prayers. The little servant girl had to tug at her feet in the dark. Once she got hold not of Elizabeth's feet, but of her husband's. He woke up and said: 'You have the wrong one.' Whereupon he woke his wife himself.

Elizabeth cared for the poor. Especially when famine broke out. What was left over from the royal table she carried with her own hands to the nearby village, where there was a small hospice. Her in-laws and the palace staff wanted nothing to do with it. Her mother-in-law in particular tried to put her in a bad light with her husband: 'She is stealing from our storerooms. Your wife's antics will be the ruin of us. Go after her and ask what she is carrying. You will be surprised.' Ludwig rode after his wife and asked, very kindly, what she had there with her in that knotted cloth on her lap. She opened her lap, and out came red roses...

Ludwig was called up to take part in a crusade. Not long after his farewell came the news that he had died. After the funeral, everything changed for Elizabeth. Her mother-in-law tormented her. In the end Elizabeth was turned out of the palace with her three little children. She was given some money and left to fend for herself. She moved in with sisters who ran a guesthouse with a small hospice, without becoming a nun herself. She did decide to live as Saint Francis had done: in simplicity and poverty. As a member of his Third Order. With her children's consent she spent the money on the poor and kept nothing for herself.

She died at last in great poverty, loved by the people for whom she had done so much at her own expense.

The artist depicts her with a crown on her head. But according to the story of her life she never wore it again from the moment she began to keep company with the poor.

And I? What crown should I lay aside in my dealings with others?

We understand why she is shown with red roses in her cloak. Symbols of love. What symbol of love would suit me?

Members of a Third Order live in their private circumstances according to the monastic rule they choose: Franciscans, Dominicans, Benedictines and so on.

What would my life look like if I did the same?

[c. 1895, stained glass. Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.07.22]

Halte 17 · noordbeukStop 17 · north aisle

TobiasTobias

Tobias is de zoon van Tobit. De naam Tobias betekent ‘Goed is God’. De jongen zal zijn naam alle eer aandoen. De oude vader Tobit is tot armoede vervallen. Dan herinnert hij zich dat hij aan een neef ooit zilver heeft uitgeleend. Tijd om het terug te vragen. Die neef woont ver weg. De reis erheen is gevaarlijk. Zelf is Tobit niet in staat die tocht te ondernemen, blind als hij is. Hij geeft de opdracht aan zijn zoon. Eerst brengt hij de jongen de Tien Geboden in herinnering uitlopend op die prachtige samenvatting: ’Wat jij niet wilt dat jou geschiedt; doe dat ook een ander niet.’

Ze vinden een passende reisgenoot; iemand die in de God van Israël gelooft. Die reisgenoot blijkt een wijs man. Als Tobias zich op een avond gaat wassen in de rivier, springt er een enorme vis uit het water die hem dreigt te verslinden. Zo’n vis als in het verhaal van Jona. Tobias doodsbang. Maar de reisgenoot roept: ‘Grijp hem!’ Dat doet Tobias. De reisgenoot zegt dat Tobias de ingewanden van de vis goed moet bewaren.

Waarom? Dat blijkt pas aan het eind van het verhaal. Als ze terugkomen met het zilver. En Tobias daar in dat verre land bovendien een bruid heeft gevonden: Sara. Die ingewanden van de vis blijken geneeskrachtige werking te hebben. De reisgezel zegt aan Tobias: ‘Strijk met de ingewanden over de blinde ogen van je vader.’ Als Tobias dat doet, vallen er schilfers van Tobits ogen, en de oude man kan weer zien.

Hoe wist die reisgenoot dat? Hij blijkt een engel van God, Rafaël. Die naam betekent: ‘God geneest’! Zonder het te beseffen maakte Tobias de hele reis in gezelschap van een engel.

De kunstenaar toont ons Tobias als jongeman zonder baard, reisstaf in de rechterhand en in de linker de vis.

Kijkend naar de afbeelding breng ik mij de mensen te binnen met wie ik omga, of omgegaan ben. En vraag mij af of er bij nader inzien tussen hen ook engelen zitten.

En ik denk aan de levensles die de jongen meekreeg: ‘Wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet.’

Misschien iets voor mij?

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuslerk. Dries van den Akker s.j./2014.07.22]

Tobias is the son of Tobit. The name Tobias means 'God is good'. The boy will do full honour to his name. Old father Tobit has fallen into poverty. Then he remembers that he once lent silver to a kinsman. Time to ask for it back. That kinsman lives far away. The journey there is dangerous. Tobit himself is in no condition to undertake the trip, blind as he is. He gives the task to his son. First he reminds the boy of the Ten Commandments, ending with that beautiful summary: 'What you do not want done to you, do not do to another.'

They find a suitable travelling companion, someone who believes in the God of Israel. This companion turns out to be a wise man. One evening, when Tobias goes to wash in the river, an enormous fish leaps out of the water and threatens to devour him. A fish like the one in the story of Jonah. Tobias is terrified. But the companion cries: 'Grab it!' Tobias does. The companion tells Tobias to keep the entrails of the fish carefully.

Why? That only becomes clear at the end of the story. When they return with the silver. And when Tobias, in that far country, has moreover found a bride: Sarah. The entrails of the fish turn out to have healing power. The travelling companion says to Tobias: 'Rub the entrails over your father's blind eyes.' When Tobias does so, scales fall from Tobit's eyes, and the old man can see again.

How did that companion know? He turns out to be an angel of God, Raphael. That name means: 'God heals'! Without realising it, Tobias made the whole journey in the company of an angel.

The artist shows us Tobias as a young man without a beard, a traveller's staff in his right hand and the fish in his left.

Looking at the image, I call to mind the people I keep company with, or have kept company with. And I ask myself whether, on closer inspection, there are angels among them too.

And I think of the life lesson the boy was given: 'What you do not want done to you, do not do to another.'

Perhaps something for me?

[c. 1900, stained glass. Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.07.22]

Halte 17 · noordbeukStop 17 · north aisle

TobitTobit

In dit raam staan naast elkaar: links de oude Tobit, rechts de jonge Tobias: vader en zoon.

De oude Tobit draagt een baard en heeft een banderol in de hand met de tekst: ‘Tobias ex tribu Nephtali’ (= ‘Tobit uit de stam Naftali’).

Zijn verhaal neemt ons mee naar de Ballingschap van het volk Israël, ruim zevenhonderd jaar vóór Christus. Tien van de twaalf stammen waren veroverd en door de Assyriërs meegevoerd in Ballingschap. En daar zaten ze nu, als slaven in een ver, vreemd land met andere gebruiken, met een totaal andere godsdienst.

In Assyrië hadden ze niet één, maar vele goden. Alles wat sterker en machtiger was dan de mens, werd als god beschouwd: de zon, maan en sterren; de vruchtbaarheid en de voorspoed; de oorlog en de dood; de wilde dieren en het weer. Allemaal goden die je te vriend moest houden. Waaraan je offers moest brengen; anders liep het verkeerd af met de mensengemeenschap waar je deel van uitmaakte. In die wereld was geen plaats voor de ene God van Israël. Trouwens, wat stelde die God voor? Die had blijkbaar niet kunnen verhinderen dat zijn mensen de oorlog hadden verloren en nu als machteloze slaven in dienst waren van de vijand. Zielig voor de mensen die Hem als god hadden.

In die wereld had Tobit besloten toch zijn God, JHWH, te blijven dienen; te leven naar zijn Tien Geboden. Al werd hij erom bespot. Al was het lastig om vol te houden.

Zo begroef hij doden, waar de Assyriërs die soms achteloos lieten liggen. Maar door de aanraking met een dode was Tobit onrein. Dan mocht hij niet onder de mensen komen; moest hij buiten slapen. Onder het afdak van een schuur. Zo kwam het dat er een keer vogelpoep in zijn oog kwam. Dat maakte hem blind.

Zijn omgeving reageerde zoals je kon verwachten: ‘Zie je nou wel, dat die God van jou niks voorstelt!? We snappen niet dat je nog in Hem gelooft.’

Tobit wordt arm, want hij kan niet meer werken. Zijn vrouw gaat uit werken. Wordt uitbetaald met een bokje. Als Tobit het hoort mekkeren, denkt hij dat ze het gestolen heeft… Zij verwijt hem dat hij wel aan de buitenkant de geboden naleeft, maar dat hij van binnen iemand is die kwaad denkt van de ander.

Arme Tobit.

In het verhaal over Tobias staat te lezen hoe dit verhaal verder gaat…

De kunstenaar loopt op het verhaal vooruit. Hij beeldt Tobit af met open ogen. Een gouden stralenkrans om zijn hoofd.

Kijkend naar Tobit vraag ik mij af, hoe vaak ik bespot word om mijn geloof. Hoe vaak mijn geloof op de proef wordt gesteld, omdat God inderdaad ver weg, of zelfs afwezig lijkt. Hoe het ongelovigen soms voor de wind gaat, en gelovigen in de hoek zitten waar de klappen vallen en meewarig worden aangekeken.

En wat dat dan met mij en mijn geloofsleven doet.

In this window they stand side by side: on the left old Tobit, on the right young Tobias: father and son.

Old Tobit wears a beard and holds a banderole in his hand with the text: 'Tobias ex tribu Nephtali' (= 'Tobit from the tribe of Naphtali').

His story takes us to the Exile of the people of Israel, more than seven hundred years before Christ. Ten of the twelve tribes had been conquered and carried off into exile by the Assyrians. And there they were now, as slaves in a far-off, foreign land with different customs, with a totally different religion.

In Assyria they had not one god but many. Everything that was stronger and mightier than man was regarded as a god: the sun, moon and stars; fertility and prosperity; war and death; the wild animals and the weather. All gods you had to keep on good terms with. To whom you had to bring offerings; otherwise things would end badly for the community you belonged to. In that world there was no place for the one God of Israel. Besides, what was that God worth? He had evidently been unable to prevent his people from losing the war, and now they served the enemy as powerless slaves. A sorry lot, those people who had Him for a god.

In that world Tobit had decided to go on serving his God, YHWH, all the same; to live by his Ten Commandments. Even though he was mocked for it. Even though it was hard to persevere.

So he buried the dead, where the Assyrians sometimes carelessly left them lying. But by touching a dead body Tobit became unclean. Then he was not allowed among people; he had to sleep outside. Under the lean-to of a shed. And so it happened that one day bird droppings fell into his eyes. That made him blind.

The people around him reacted as you might expect: 'You see now that this God of yours is worthless!? We cannot understand why you still believe in Him.'

Tobit becomes poor, for he can no longer work. His wife goes out to work. She is paid with a young goat. When Tobit hears it bleating, he thinks she has stolen it... She reproaches him that he keeps the commandments on the outside, but that inside he is someone who thinks ill of others.

Poor Tobit.

In the story of Tobias we can read how this story continues...

The artist runs ahead of the story. He depicts Tobit with open eyes. A golden halo around his head.

Looking at Tobit, I ask myself how often I am mocked for my faith. How often my faith is put to the test, because God does indeed seem far away, or even absent. How unbelievers sometimes prosper, while believers sit in the corner where the blows fall and are looked at with pity.

And what that does to me and my life of faith.

Halte 18 · noordbeukStop 18 · north aisle

Agnes van RomeAgnes of Rome

Dertien jaar was ze. Ze had zich aan Christus toegewijd. Wilde maagd blijven. Maar dat paste niet in de Romeinse cultuur van die dagen. Als een man je wilde hebben…, of als je ouders een huwelijk voor je hadden gearrangeerd, diende je te gehoorzamen. Het Romeinse Rijk was niet voor niets zo sterk en machtig. De hele samenleving was gebaseerd op militaire gehoorzaamheid; ook het gezinsleven. Kinderen deden wat vader wilde. Lager geplaatsten dienden te gehoorzamen aan de mensen die boven hen stonden. Een meisje van dertien had niets in te brengen in die wereld. Agnes wenste te gehoorzamen aan de roepstem van Christus. Juist om aan haar omgeving te laten zien hoe veel zuiverder zo’n leven eruit ziet. Ze werd dus gearresteerd en voorgeleid En prompt veroordeeld. Tot plaatsing in een bordeel. Dat zou haar wel tot andere gedachten brengen. De rechter liet haar naakt ten toon stellen aan ieder die zich aan haar wilde verlekkeren. Noemde dat ‘toewijding aan Minerva’. Minerva was de godin van de strijd! Agnes bleef trouw en liet zich niet van haar stuk brengen. De legende vertelt dat zij zo van schoonheid straalde dat niemand het waagde zijn ogen naar haar op te slaan. Ja, één jongeman gaf toe aan zijn lustgevoel, werd verblind en viel prompt in zwijm op de grond. De rechter was woedend. Een klein meisje machtiger dan hij!? Hij gaf de beul dus opdracht haar te doden. De kunstenaar beeldt haar af naast Aloysius, een andere jeugdige patroonheilige van de zuiverheid. Zij is gekleed in een smetteloos wit gewaad, beeld van haar zuiverheid. De blik naar de hemel gericht, naar haar bruidegom Christus. Een bloemenkrans in het haar en een palmtak in de hand, symbolen van overwinning. In het warme rood van de achtergrond zien we rozen, symbolen van liefde. Zij draagt een lam op de arm. Toespeling op haar kinderlijke onschuld en op haar naam: ‘lam’ is ‘agnus’ in het Latijn.

Kijkend naar Agnes vraag ik mij af welke dingen in mijn leven zo heilig zijn dat al het andere voor mij minder waard is. En hoe veel ik daarvoor over heb.

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.02]

She was thirteen years old. She had dedicated herself to Christ. She wished to remain a virgin. But that did not fit the Roman culture of those days. If a man wanted you, or if your parents had arranged a marriage for you, you were to obey. The Roman Empire was not so strong and mighty for nothing. The whole of society was based on military obedience; family life included. Children did what father wanted. Those placed lower were to obey those above them. A girl of thirteen had no say at all in that world.

Agnes wished to obey the calling voice of Christ — precisely to show those around her how much purer such a life looks. So she was arrested and brought before the court. And promptly condemned: to be placed in a brothel. That would surely change her mind. The judge had her exhibited naked to anyone who wished to feast his eyes on her. He called it 'dedication to Minerva'. Minerva was the goddess of battle!

Agnes remained faithful and would not be shaken. The legend tells that she radiated such beauty that no one dared to raise his eyes to her. Yes — one young man gave in to his lust, was struck blind and promptly fell to the ground in a swoon. The judge was furious. A little girl mightier than he!? So he ordered the executioner to kill her.

The artist depicts her next to Aloysius, another youthful patron saint of purity. She is dressed in a spotless white garment, image of her purity. Her gaze is turned to heaven, to her bridegroom Christ. A wreath of flowers in her hair and a palm branch in her hand, symbols of victory. In the warm red of the background we see roses, symbols of love. She carries a lamb on her arm — an allusion to her childlike innocence and to her name: 'lamb' is 'agnus' in Latin.

Looking at Agnes, I ask myself which things in my life are so holy that everything else is worth less to me. And how much I am willing to give for them.

[c. 1900, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker SJ/2014.06.02]

Halte 18 · noordbeukStop 18 · north aisle

Aloysius van GonzagaAloysius Gonzaga

De kunstenaar beeldt Aloysius af naast Agnes. Twee jeugdige heiligen. Patroonheiligen van de zuiverheid. Aloysius stierf op zijn drieëntwintigste.

Hij was de oudste zoon en erfgenaam van een Italiaanse hertog. Die zag zijn zoon al als zijn opvolger, nog rijker en machtiger dan hijzelf. Vader verwende zijn zoon.

Maar naarmate de jongen opgroeide zag hij hoe mensen zich verdrongen om bij zijn vader in het gevlei te komen. Hoe vrouwen probeerden bij hoger geplaatste mannen in bed te geraken. Hij zag het gekonkel en de verdachtmakerijen. Allemaal om zelf hoger op te komen. Hij gruwde ervan. Werd een stil jongetje dat zich graag terugtrok, liefst in de kapel. Dat was één van de weinige veilige plekken in huis. Daar durfde niemand je lastig te vallen.

Vader stuurde hem voor zijn verdere opleiding naar het hof van de beroemde hertog Francesco de’ Medici. Zo zou hij in aanraking komen met de groten der aarde. Maar daar was het allemaal nog erger dan thuis. Wel opkomen voor de christelijke idealen, maar intussen alleen maar denken aan je eigen voordeel.

Met jaloezie keek hij naar de hofpredikant, een pater jezuïet. Een van de weinigen die boven al dat gekonkel en geroddel stond. Zo wou Aloysius ook worden. Vader was woedend. Dit ging tegen al zijn toekomstverwachtingen in. Maar Aloysius was vastbesloten en uiteindelijk gaf zijn vader - met tegenzin - toestemming.

Aloysius was nog maar net aan zijn jezuïetenopleiding begonnen, toen in Rome de pest uitbrak. Hij ging langs de deuren om bij rijke mensen aalmoezen te vragen voor de zieken. En dát voor iemand van adellijke afkomst! Hij bracht de opbrengst naar de zieken; verzorgde ze en troostte ze. Zijn overste verbood het hem. Te veel besmettingsgevaar. Maar het was al te laat. Hij bleek besmet, werd ziek en stierf enkele maanden later.

De kunstenaar beeldt hem af als jezuïet in opleiding, in zwarte toog met een witte superplie er overheen. Het kruisbeeld in zijn handen duidt op zijn liefde voor Christus; de lelie op zijn zuiverheid.

Kijkend naar Aloysius vraag ik mij af of ik in het gedrag van de mensen om mij heen zuivere en onzuivere bedoelingen weet te onderscheiden. En of ikzelf trouw ben aan mijn eigen zuivere bedoelingen.

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.02]

The artist depicts Aloysius next to Agnes. Two youthful saints. Patron saints of purity. Aloysius died at twenty-three.

He was the eldest son and heir of an Italian duke. His father already saw his son as his successor, richer and mightier than himself. Father spoiled his son.

But as the boy grew up, he saw how people jostled to win his father's favour. How women tried to get into the beds of higher-placed men. He saw the scheming and the insinuations. All to climb higher oneself. It filled him with disgust. He became a quiet boy who liked to withdraw, preferably into the chapel. That was one of the few safe places in the house. There no one dared to trouble you.

For his further education his father sent him to the court of the famous duke Francesco de' Medici. There he would meet the great ones of the earth. But there it was all even worse than at home. Standing up for Christian ideals, while all the while thinking only of your own advantage.

With envy he watched the court preacher, a Jesuit father. One of the few who stood above all that scheming and gossip. That is what Aloysius wanted to become. His father was furious. It went against all his expectations for the future. But Aloysius was determined, and in the end his father — reluctantly — gave permission.

Aloysius had only just begun his Jesuit training when the plague broke out in Rome. He went from door to door asking the rich for alms for the sick. And that for someone of noble birth! He brought the proceeds to the sick, nursed them and comforted them. His superior forbade him: too much danger of infection. But it was already too late. He proved infected, fell ill, and died a few months later.

The artist depicts him as a Jesuit in training, in a black cassock with a white surplice over it. The crucifix in his hands points to his love for Christ; the lily to his purity.

Looking at Aloysius, I ask myself whether I can distinguish pure and impure intentions in the behaviour of the people around me. And whether I myself am faithful to my own pure intentions.

[c. 1900, stained glass. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker SJ/2014.06.02]

Halte 19 · kapel bij de torenStop 19 · chapel by the tower

Gerardus Majella redt zeevaardersGerard Majella saves seafarers

Gerardus was de zoon van een eenvoudige kleermaker. En verlangde ernaar om in het klooster te gaan, maar daar had hij naar de mening van degenen die hem moesten beoordelen te weinig capaciteiten voor. Toch bleef hij hopen en vragen, terwijl hij bij zijn vader het vak van kleermaker uitoefende. Na lang aandringen mocht hij op 23-jarige leeftijd alsnog lekenbroeder worden bij de redemptoristen in de Italiaanse stad Napels. Naast de gewone kloostergeloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid, legde hij ook de gelofte af dat hij in elke omstandigheid zou kiezen voor het volmaaktste. Hij leidde een heilig leven. Ook bij de mensen buiten het klooster was hij zeer geliefd; als hij ergens verscheen werd er geroepen: "Daar is de heilige!". Van hem wordt een aantal wonderen verteld.

Zo zou hij tijdens een storm de zee zijn opgerend om een schip in moeilijkheden te redden: hij trok het aan twee vingers naar de wal.

Op de afbeelding zien we hoe hij met losse hand een bootje in woelig water naar de kust leidt.

Ook zijn heftig opwaaiende mantel houdt hij met zijn linkerhand losjes in bedwang. Drie zeevaarders kijken vol verbazing naar hem op; de vierde is nog ingekeerd in gebed.

Zo liep Jezus ooit in het nachtelijk duister over het water naar zijn leerlingen toe, om hen in veiligheid te brengen (Matteus 14,22-23). Daarmee laat Gerardus zien wat heiligen zijn: zij brengen het evangelie dichtbij.

Kijkend naar Gerardus vraag ik mij af of ik dan ooit een heilige ben tegengekomen.

Hoe zou mijn leven eruit zien als ik consequent koos voor het volmaaktste, juist in ingewikkelde omstandigheden?

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.29]

Gerard was the son of a simple tailor. He longed to enter the monastery, but in the opinion of those who had to judge him he lacked the ability. Still he kept hoping and asking, while practising the tailor's trade with his father. After long insistence he was finally allowed, at the age of twenty-three, to become a lay brother with the Redemptorists in the Italian city of Naples. Besides the usual monastic vows of poverty, chastity and obedience, he also took the vow that in every circumstance he would choose what was most perfect. He led a holy life. He was also greatly loved by the people outside the monastery; wherever he appeared, the cry went up: "There is the saint!" A number of miracles are told of him.

Thus, during a storm, he is said to have run out onto the sea to rescue a ship in distress: he pulled it to shore with two fingers.

In the image we see him guiding a small boat through rough water to the coast with an easy hand.

His cloak, whipping up violently, he also holds loosely in check with his left hand. Three seafarers look up at him in astonishment; the fourth is still absorbed in prayer.

So Jesus once walked across the water in the dark of night towards his disciples, to bring them to safety (Matthew 14:22-33). In this Gerard shows what saints are: they bring the gospel close.

Looking at Gerard, I ask myself whether I have ever met a saint.

What would my life look like if I consistently chose what was most perfect, precisely in complicated circumstances?

[c. 1900, stained glass. Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.29]

Halte 19 · kapel bij de torenStop 19 · chapel by the tower

Gerardus Majella geneestGerard Majella heals

Van Gerardus wordt verteld dat hij tijdens zijn leven wonderbare genezingen verrichtte. We zien een nog jonge Gerardus, gekleed in zwart kloostergewaad. Hij ligt geknield op de plavuizen vloer en houdt de linker hand van de zieke vast. Een jongen nog. Naar zijn kleding te oordelen een boerenknecht. Hij is lijkbleek en ligt in zwijm met zijn hoofd op de schoot van de man achter hem. Zijn vader? Ook hij ligt geknield. Hij kijkt vol verdriet en wanhoop op naar Gerardus. Boven hem een vrouw met gevouwen handen. Zij kijkt vol zorg neer op de jongen. Ook de blik van de man achter Gerardus is gericht op wat er met de zieke jongen gebeurt. Hij is rijk gekleed. Maar die rijkdom helpt hem niets. Dat gebaart zijn linkerhand.

Prachtig hoe de kunstenaar een diagonaal heeft aangebracht in de blikrichting van de man rechtsboven, via de blikrichting van Gerardus naar de zieke jongen. En ook hoe in het linker gedeelte van de afbeelding moeder, vader en zoon boven elkaar oprijzen.

Straks zal de jongen opstaan. Maar dat heeft de kunstenaar niet afgebeeld. Hoewel dat heel spectaculair zou zijn geweest. De kunstenaar heeft ervoor gekozen het medeleven, de barmhartigheid van Gerardus in beeld te brengen.

Zo is hij een afspiegeling van Jezus, van wie ook verteld wordt dat hij vol medelijden en zachtmoedigheid was, vele zieken genas en hen persoonlijk de handen oplegde (Lukas 4,4). Of zelfs een dode jongen weer ten leven wekte en teruggaf aan zijn moeder (Lukas 7,1-10).

Kijkend naar Gerardus vraag ik mij af, of ik ooit een man of vrouw van barmhartigheid en medeleven ben tegengekomen. En of er momenten in mijn leven waren waarop ikzelf wellicht zo iemand was.

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.06.29]

It is told of Gerard that during his life he performed miraculous healings. We see a still young Gerard, dressed in a black religious habit. He kneels on the tiled floor and holds the left hand of the sick person. Still a boy. Judging by his clothing, a farmhand. He is deathly pale and lies in a swoon with his head on the lap of the man behind him. His father? He too is kneeling. He looks up at Gerard, full of grief and despair. Above him a woman with folded hands. She looks down at the boy with deep concern. The gaze of the man behind Gerard is also fixed on what is happening to the sick boy. He is richly dressed. But his wealth is of no help to him. That is what his left hand gestures.

How beautifully the artist has drawn a diagonal in the line of sight of the man at the upper right, through the gaze of Gerard, down to the sick boy. And how, in the left part of the image, mother, father and son rise one above the other.

Soon the boy will get up. But the artist has not depicted that. Even though it would have been quite spectacular. The artist has chosen to portray the compassion, the mercy of Gerard.

In this he is a reflection of Jesus, of whom it is also told that he was full of compassion and gentleness, healed many sick people and laid his hands on them in person (Luke 4:40). Or even raised a dead boy back to life and gave him back to his mother (Luke 7:11-17).

Looking at Gerard, I ask myself whether I have ever met a man or woman of mercy and compassion. And whether there were moments in my life when I myself was perhaps such a person.

[c. 1900, stained glass. Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.06.29]

Halte 19 · kapel bij de torenStop 19 · chapel by the tower

Brood uit de hemel (schijnraam)Bread from Heaven (false window)

In de doopkapel van de Sint-Jacobuskerk te Den Haag is op een schijnraam het sacrament van de communie afgebeeld.

Op de voorgrond ligt een jongetje geknield op een knielbankje. Aan de jongen zijn vijf engelen verschenen. Drie staan er vlak vóór hem. Was dat ook niet het geval bij Abraham? De meest linkse, staande engel houdt een ciborie vast. Hij heeft er een hostie uitgenomen en toont dat aan de jongen die vol eerbied opkijkt. Verlangend het sacrament te ontvangen.

Het sacrament duidt immers aan dat God met ons is, alle dagen van ons leven, zoals Jezus zelf beloofde, toen Hij afscheid nam van zijn leerlingen: ‘Zie, Ik ben met, u alle dagen…’ (Matteus 28,20).

Links en rechts spreiden de twee andere engelen een kleed uit; de jongen houdt zijn handen onder het kleed. Zo ontving men in de tijd van de kunstenaar de heilige communie. De nadruk lag op de eerbied en de verhevenheid van het sacrament. Tegenwoordig is het ook mogelijk de communie op de hand te ontvangen. Getuige oude geschriften deed men dat ook zo in de vroegste tijden van de kerk: ‘Men maakt een troon van de ene hand en plaatst de andere hand geopend daarop: zo is men klaar om waardig het sacrament te ontvangen.’

In het gewone leven wordt het sacrament toegediend door een priester of door iemand die daartoe is aangewezen. Op de afbeelding kan de kunstenaar zichtbaar maken wat doorgaans onzienlijk is. Namelijk, dat het sacrament een geschenk uit de hemel is.

Ik keer in mijzelf en ga na hoe ik het ontvangen van de eucharistie beleef.

[ca 1900, pseudoschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.09.13]

In the baptistery of St James's Church in The Hague, the sacrament of Holy Communion is depicted on a false window.

In the foreground a young boy kneels on a prie-dieu. Five angels have appeared to him. Three stand directly before him. Was that not also the case with Abraham? The leftmost, standing angel holds a ciborium. He has taken out a host and shows it to the boy, who looks up full of reverence. Longing to receive the sacrament.

For the sacrament signifies that God is with us, all the days of our life, as Jesus himself promised when he took leave of his disciples: 'Behold, I am with you always…' (Matthew 28:20).

To the left and right, the two other angels spread out a cloth; the boy holds his hands beneath it. That is how Holy Communion was received in the artist's day. The emphasis lay on reverence and on the exaltedness of the sacrament. Today it is also possible to receive communion in the hand. As old writings testify, that is how it was done in the earliest times of the Church: 'Make a throne of one hand and place the other, opened, upon it: thus you are ready to receive the sacrament worthily.'

In ordinary life the sacrament is administered by a priest or by someone appointed to do so. In the image, the artist can make visible what is usually unseen: that the sacrament is a gift from heaven.

I turn inward and consider how I experience receiving the Eucharist.

[c. 1900, pseudo-painting. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker SJ/2014.09.13]

Halte 19 · kapel bij de torenStop 19 · chapel by the tower

Ziekenzalving (schijnraam)Anointing of the Sick (false window)

In de doopkapel van de Sint-Jacobuskerk te Den Haag is op een schijnraam een afbeelding aangebracht van de ziekenzalving. Zo zijn begin (doop) en einde (laatste sacramenten) van ons leven gemarkeerd door sacramenten. Zij duiden erop dat God bij alles wat ons overkomt aanwezig is.

We zien een zieke op bed. Op de voorgrond ligt iemand geknield in gebed. Achter het bed staat een priester die gebeden verricht uit een boek. Met zijn hand maakt hij het gebaar van de zegen. Wat dat gebed uitricht wordt hier zichtbaar gemaakt, hoewel dat in het gewone leven voor onze ogen doorgaans niet te zien is. Daar zijn wij aangewezen op geloven. Dat het om een onzienlijk geloofsgeheim gaat, wordt door de kunstenaar nog eens aangeduid door het opgebonden gordijn op de achtergrond: even mogen wij getuige zijn van wat eigenlijk verborgen gaat achter het voorhangsel van het geloof.

De zieke heeft zijn hoofd enigszins opgeheven en strekt zijn armen uit naar Maria die het Kind Jezus op de arm houdt en toont aan de zieke. Dat het hier om een hemelse verschijning gaat, wordt benadrukt door de wolken waarop de verschijning plaats vindt.

Sterven heeft voor de nabestaanden vaak iets verdrietigs. Menselijkerwijs gesproken is het een afscheid voorgoed. Maar hier wordt iets anders verteld. Gelovig gesproken is sterven ook een moment van hoop en vervulling. Wie sterft wordt bij God opgenomen.

Dat geloven we van Jezus: zijn hemelvaart wordt verteld in de Bijbel. We geloven het van Maria: van oudsher nemen de gelovigen aan dat zij met lichaam en ziel in de hemel is opgenomen. Precies die twee worden hier dan ook afgebeeld. Zo mogen we het ook geloven van ieder die overlijdt.

Ik keer in mijzelf en denk aan degenen die mij ontvallen zijn. En bid dat ieder van hen heeft mogen ontvangen wat hier is afgebeeld.

[ca 1900, pseudoschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.09.13]

In the baptistery of St James's Church in The Hague, an image of the anointing of the sick has been painted on a false window. Thus the beginning (baptism) and the end (the last sacraments) of our life are marked by sacraments. They signify that God is present in everything that befalls us.

We see a sick man in bed. In the foreground someone kneels in prayer. Behind the bed stands a priest reciting prayers from a book. With his hand he makes the gesture of blessing. What that prayer accomplishes is made visible here, although in ordinary life it usually cannot be seen with our eyes. There we must rely on faith. That this is an unseen mystery of faith is indicated once more by the tied-up curtain in the background: for a moment we may witness what normally remains hidden behind the veil of faith.

The sick man has raised his head slightly and stretches out his arms to Mary, who holds the Child Jesus on her arm and shows him to the sick man. That this is a heavenly apparition is emphasised by the clouds on which it takes place.

For those left behind, dying often carries sorrow. Humanly speaking, it is a farewell for good. But here something else is being told. In the language of faith, dying is also a moment of hope and fulfilment. Whoever dies is received by God.

We believe this of Jesus: his ascension is told in the Bible. We believe it of Mary: from of old the faithful have held that she was taken up into heaven body and soul. Precisely these two are depicted here. So we may believe it too of everyone who dies.

I turn inward and think of those I have lost. And I pray that each of them has received what is depicted here.

[c. 1900, pseudo-painting. The Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker SJ/2014.09.13]

Halte 19 · kapel bij de torenStop 19 · chapel by the tower

Maria’s verschijning te LourdesOur Lady’s apparition at Lourdes

Op 11 februari 1858 kreeg Bernadette Soubirous de eerste verschijning van ‘een vrouwe’, zoals ze zelf zei. Het meisje was de veertienjarige dochter van een werkeloze molenaar. Ze was arm en zo traag van begrip dat ze niet eens de antwoorden van de catechismus uit haar hoofd kon leren. Op 25 februari droeg de Vrouwe het meisje op naar de bron in de rots te gaan die daar vlakbij lag, en van het water te drinken en zich ermee te wassen. Bovendien gaf de Vrouwe te kennen dat er een kapel moest komen ter ere van haar zodat de mensen er naartoe konden gaan op bedevaart. Toen het kind ervan aan de pastoor vertelde, was deze aanvankelijk zeer terughoudend. Hij droeg het meisje op de Vrouwe te vragen naar haar naam. Zij kwam terug met het bericht dat de Vrouwe had gezegd: “Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis.” Door dit antwoord geloofde de pastoor in de echtheid van de verschijningen. Vier jaar eerder had de paus het dogma afgekondigd van Maria’s Onbevlekte Ontvangenis. Maar dat een eenvoudig, dommig kind als Bernadette die woorden in de mond nam: dat kon ze eenvoudig niet van zichzelf hebben. Alles bijeen herhaalden zich de verschijningen achttien keer. De laatste vond plaats op 16 juli van datzelfde jaar.

Rechts zien we Maria in een wit gewaad: verwijst naar haar maagdelijkheid, en een blauwe ceintuur, kleur van de hemel. Bernadette, links, ligt op haar knieën in aanbidding voor de verschijning. Ze draagt een rode mantel, kleur van de aarde en de liefde! Ze houdt een rozenkrans in haar hand.

Vandaag de dag komen er elk jaar zo’n twee miljoen mensen naar Lourdes, onder wie vele zieken die er meestal bemoedigd en getroost weer vandaan komen. Sinds de bedevaarten op gang zijn gekomen, zijn er zestig officieel erkende wonderen gebeurd. Van vele andere wonderbare gebedsgenezingen en verhoringen wordt nog onderzocht of zij als wonder kunnen worden erkend. Produceerde de bron op het moment van de verschijning een klein waterstroompje, tegenwoordig geeft ze ruim honderdduizend liter water per dag.

Elk jaar vertrekken ook uit Nederland bedevaarten naar Lourdes. Ik denk er over na of ik me opgeef om als vrijwilliger mee te gaan.

[ca 1900, glasschilderkunst. Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk. Dries van den Akker s.j./2014.09.13]

On 11 February 1858 Bernadette Soubirous received the first apparition of 'a lady', as she herself put it. The girl was the fourteen-year-old daughter of an unemployed miller. She was poor, and so slow of understanding that she could not even learn the catechism answers by heart. On 25 February the Lady instructed the girl to go to the spring in the rock nearby, to drink of the water and to wash herself with it. The Lady also made it known that a chapel should be built in her honour, so that people could go there on pilgrimage. When the child told the parish priest about it, he was at first very reserved. He instructed the girl to ask the Lady her name. She came back with the message that the Lady had said: "I am the Immaculate Conception." Through this answer the priest came to believe in the authenticity of the apparitions. Four years earlier the pope had proclaimed the dogma of Mary's Immaculate Conception. But that a simple, rather slow-witted child like Bernadette should take those words on her lips: she simply could not have come up with them herself. In all, the apparitions were repeated eighteen times. The last took place on 16 July of that same year.

On the right we see Mary in a white robe, pointing to her virginity, with a blue sash, the colour of heaven. Bernadette, on the left, kneels in adoration before the apparition. She wears a red cloak, the colour of the earth and of love! She holds a rosary in her hand.

Today some two million people come to Lourdes every year, among them many sick, who usually leave encouraged and comforted. Since the pilgrimages began, sixty officially recognised miracles have taken place. Many other miraculous healings and answered prayers are still being examined to see whether they can be recognised as miracles. Where the spring produced only a small trickle of water at the moment of the apparition, today it yields more than a hundred thousand litres of water a day.

Every year pilgrimages set out for Lourdes from the Netherlands as well. I consider whether I might sign up to go along as a volunteer.

[c. 1900, stained glass. Netherlands, The Hague, St James's Church. Dries van den Akker s.j./2014.09.13]

Alle heiligen en taferelen · alfabetischAll saints and scenes · in alphabetical order

kapel (Lourdes/Gerardus Majella) toren Mariakapel middenschip noordbeuk zuidbeuk noordertransept zuidertransept priesterkoor Martelaren van Gorcum-altaar Maria-altaar ingang 12345678910111213141516171819Sint-Jacobus de Meerdere · Parkstraat, Den Haag · wandelroute (noorden = boven)

Tik op een nummer om naar die halte te gaan · groen = waar u nu bentTap a number to jump to that stop · green = where you are now